Bijenblog

1 maart, het is voorjaar!

1 maart, het is voorjaar!

De winter ligt volgens de meteorologische kalender achter ons. De bolletjes beginnen volop te bloeien en ook de eerst bloeiende wilgentak kwam ik afgelopen weekend al tegen. De volken ontwikkelen zich ondanks de huidige koude periode gewoon door. Daglengte en zonlicht geven de bijen een groeispurt. 

De tamelijk zachte winter ligt op 1 maart weer achter ons. Alhoewel het weer in maart nog bijtend koud kan zijn, ontwikkelen de volken zich door de toenemende daglengte en lichtsterkte gestaag door. De broednesten groeien en oude winterbijen worden al mondjesmaat vervangen door jonge bijen. In de loop van maart groeit het broednest vaak al naar zo'n vijf ramen, echter met een duidelijke bolvorm en handgrote vlakken broed. In april en mei gaan die vlakken broed zich uitstrekken tot volledige ramen. Het broednest zit in de regel voor in de kast en groeit naar buiten en naar achteren. 

Door de folie- of plexiglasafdichting van de kast zie je de volken nog voor in de kast zitten met het wintervoer er achter. Volken, die de hele lengte van de ramen bezetten, kunnen hun wintervoorraden verbruikt hebben. Extra aandacht dus hiervoor. 

Op 1 maart sluit ik ook de dagelijkse mijtentellingen af, die op 1 september begonnen zijn. Een routine, die veel gegevens oplevert. Wat gebeurt er met de mijtenpopulatie, waarvan we allemaal weten dat die in de zomer snel kan groeien? We weten dat de groeicurve van de mijtenpopulatie per volk verschillend is. Sommige volken zijn extreem gevoelig en anderen reduceren de groei. 

In de maanden september en oktober overleven weinig mijten het krimpende broednest. Blijkbaar kunnen ze niet goed overleven zonder broednest. Natuurlijk hebben jullie eind juli de meeste mijten al vernietigd met de beschikbare mijtenbestrijdingsmiddelen. Bij mij verloopt dat zonder behandeling minder voortvarend. Volken zonder behandeling en zonder hygienisch gedrag kunnen mijtenpopulaties herbergen van wel 10.000 of meer mijten. In de regel is een dergelijke besmetting dodelijk. In mijn volken met een hoge algemene en een varroa specifieke hygiene lopen de aantallen minder hard op of blijven ze bijzonder laag. 

In de onderstaande video zie je twee volken in dadantkasten, die duidelijk verschillen in de mijtenbesmetting. Uit het eerste volk zijn de afgelopen zes maanden ruim 3000 varroamijten gevallen. Uit het andere volk slechts 145. Ook in de miniplussen varieren de gevallen aantallen tussen de 5 mijten en ongeveer 650 mijten in een periode van 6 maanden. Het gemiddelde in de miniplusvolken was nu 200 mijten in zes maanden. In totaal vielen er 8223 mijten uit mijn 26 thuisvolken. Aanzienlijk minder dan een paar jaar geleden, toen ik nog 40 tot 50.000 mijten per winter telde en de miniplussen gemiddeld 800 mijten lieten vallen. 

Door de afgelopen zes jaar nooit meer na te telen van volken met DWV-bijen of met verlamde bijen (APV) voor de kast heb ik blijkbaar redelijk virustollerante of virusresistente bijen gekregen. Robuuste bijen, die wel een stootje van de mijten kunnen verdragen. Want gebleken is dat ze gewoon overleven ook met grotere aantallen mijten, die gelukkig via de achterdeur (de schuifla) in de nazomer en herfst grotendeels weer verdwijnen. 

Ook het langst levende onbehandelde volk uit 2016 (7 winters) en enige volken uit 2017 (6 winters) hebben 1 maart weer gehaald. De selectie op Varroa Sensitieve Hygiene van teeltmoeren (laagste mijtenval in feite) in combinatie met kleine cellen werkt dus. Ook met een meer bescheiden aanwezigheid van de VSH-eigenschappen weten de volken te overleven, domweg omdat de mijten zich minder voortvarend reproduceren op kleine cellen dan op grote cellen. 

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt

 

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen