Bijenblog

De mijtbesmetting in bijenvolken

De mijtbesmetting in bijenvolken

Mijten beheersen het leven van onze bijenkolonies al meer dan 35 jaar. Vandaar dit bericht over de verschillende manieren waarop we de mijtenbesmetting kunnen vaststellen. De variaties in besmettingen zijn zeer groot. Een bewuste selectie van volken met een lage besmetting zou wellicht kunnen bijdragen om de besmetting en daarmee de bestrijding te kunnen verminderen.  

Uit het uitblijven van blogreakties bij berichten over mijten begrijp ik dat de varroamijt wellicht niet de meeste interesse heeft bij imkers. Toch kan niemand eronder uit, iedereen heeft bijen en mijten en het mijten/virus complex kan desastreuze gevolgen hebben. Vandaar toch dit stukje voorlichting over mijten.

De mijtbesmetting in bijenvolken kun je op drie verschillende manieren meten. De combinatie van deze metingen geeft de meest betrouwbare uitslag. Toch zijn de losse elementen ook voldoende om de volken en hun omgang met mijten te beoordelen. Hoe kun je de besmetting meten?

1. De mijten verkeren in de foretische fase, waarbij ze meeliften op met name de voedsterbijen of in de reproductiefase, waarbij ze zich voortplanten in het gesloten broed. De mijten in de foretische fase kun je meten door een monster van 200 of 300 bijen te nemen en deze mijten met de poedersuiker- of alcoholschudmethode te lossen van de bijen en deze vervolgens te tellen. 

Bijeninstituten in Duitsland hanteren een bovengrens van 3% mijtbesmetting als toelaatbare norm. Proefondervindelijk heb ik vanaf 2017 vastgesteld dat volken met een besmetting gemeten in september van minder dan 10% goed kunnen overleven, mits er geen sprake is van een virulente besmetting van het DWV-virus. Mijn gemiddelde meting van deze week was 4,1% (N=6) en van vorig jaar 6,5% (N=4).  Het volk 18-04 had in 2019 een besmetting van 5%, in 2020 13% en dit jaar 2021 1%. Dit volk is nooit behandeld. De grootste impact in 2021 had blijkbaar een broedstop ten behoeve van de koninginnenteelt.

Ook in andere volken blijkt dit een uitstekende natuurlijke methode te zijn om de mijtenpopulatie sterk terug te dringen tot een beheersbaar en ongevaarlijk nivo. De methode om een broedstop toe te passen zou eigenlijk breder beproefd moeten worden op dit effect. 

In mijn langst onbehandelde volk op 4,9 mm cellen (inmiddels in het zesde levensjaar) was de mijtenbesmetting op de bijen per 6 september jl 5%. In dit volk is geen broedstop geweest en er is geen broed afgenomen dit jaar. 

2. De reproducerende mijten in het broed kun je tellen via broedonderzoek. Indien je daarin het ruimgedrag van de bijen (Varroa Sensitieve Hygiene) wil meenemen, moet je uitsluitend poppen met paarse of zwarte ogen onderzoeken. Ben je alleen geinteresseerd in de mijtbesmetting in het gesloten broed dan kun je alle cellen openen. In het broed dat ik vanmiddag onderzocht (zie foto's) waren er al 10 van de 115 cellen door de bijen zelf geopend (uncapping) door middel van een kleinere of grotere opening in de verzegeling (zie eerste foto). In 50% van deze geopende cellen trof ik incomplete mijtenfamiles aan. De bijen hadden dus opruiming gehouden onder de mijten. Ook twee gesloten cellen met wasmotlarfpoep waren geopend waarschijnlijk vanwege de afwijkende geur. 

Van de 115 onderzochte broedcellen waren er 12 besmet met mijten, 50% hiervan bevatte een gewone mijtenfamilie bestaande uit moeder, zoon en dochters. Het broed is dus voor ruim 10% besmet. Bij een ander onderzoek was dit 3%. In mijtresistente volken blijft de mijtbesmeting van het broed onder de 20%. In mijtgevoelige volken stijgt deze vanaf 30 tot 100% bij een totale ineenstorting. 

[svd-fotoalbum id="184"]

3. De mijten, die van nature op de schuiflade vallen. Vooral vanuit de reproducerende fase vallen er veel mijten dood of bijna dood op de schuiflade. Eind augustus begint het broednest fors te krimpen en blijken de mijten uit het laatste broed blijkbaar minder levensvatbaar te zijn. Het kan ook zijn dat de parasiet net als zijn gastheer een kleinere overwinteringspopulatie probeert aan te houden, de mijt heeft zich evolutionair aangepast aan zijn gastheer. Het heeft voor de mijt namelijk geen zin om zijn gastheer om zeep te helpen, want dan gaat de mijt zelf ook ten gronde.  

Er is natuurlijk ook een schaarste aan open broed, waardoor instappen steeds lastiger wordt. Uiteraard treedt er ook een veroudering op van de mijtenpopulatie. De schade aan het laatste broed wordt wel ernstiger vanwege het meervoudige instappen van mijten. Hierbij kunnen levensloze bijen met verkorte achterlijven ontstaan. Na het tweede nestje van een moedermijt met eitjes is het beste van de mijt er wel vanaf en zijn de mijten bejaard en onvruchtbaar. Vandaar de toenemende mijtenval in september en oktober. In november houdt in Nederland de mijtenval zo'n beetje op en nadert het nulpunt.  Blijft de natuurlijke mijtenval onder de 5 mijten per dag in september dan zit je nog aan de veilige kant. Tussen 5 en 10 is het goed om de mijtenval permanent te monitoren. 

Houd in de gaten dat er in de vier weken na de zomerbehandeling geen sprake is van een natuurlijke mijtenval. De mijtenval blijft ongeveer vier weken verhoogd door het effect van het bestrijdingsmiddel. 

 Aangezien ik mijn kleine cellen volken niet meer behandel, komt mijn mijtenval bij een enkel groot volk boven de 10 per dag uit. Dit heeft in de afgelopen jaren alleen in zeer uitzonderlijke gevallen bij extreme mijtenval van > 100 mijten per dag geleid tot uitval. 

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt

 

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen