Bijenblog

Zwarte bijen en Buckfast bijen, zie je verschillen?

Zwarte bijen en Buckfast bijen, zie je verschillen?

Zijn er veel verschillen of zijn er meer overeenkomsten?

De vraag naar de verschillen tussen soortgenoten onder de bijen is heel lastig te beantwoorden omdat de vergelijking lastig objectief is te maken. De bijen waarmee doorgaans geimkerd wordt zijn in de regel geen P-moeren. Telers beschikken wel over P-moeren, maar meestal van een specifiek ras of kunstras zoals de Buckfastbij. Er zullen echter weinig telers over veel P-moeren beschikken van beide rassen of laat staan van Carnica, Buckfast en de Zwarte bij. In dit blogbericht zien jullie de verschillen en overeenkomsten van twee F1-volkjes, die in juni geteeld zijn door middel van lokale aanparing. 

Foto: F1 koningin van de ondersoort Zwarte bij (Apis mellifera mellifera)

Alle bijen, die we in onze kasten of korven hebben zitten, behoren tot hetzelfde bijenras. Het is goed om dat nog eens te onderstrepen. De aanduiding Carnica, Buckfast of Zwarte bij is een benaming voor de ondersoort. Omdat deze drie ondersoorten tot dezelfde soort bijen behoren, zijn ze onderling aan te paren. De verschillende ondersoorten zijn ontstaan tijdens de evolutie door barrieres in het landschap, denk hierbij een gebergten, klimaatzones en zeeen. 

De Buckfast is van oorsprong een combinatie van een Ligustica koningin en darren van de Zwarte bij. Later zijn daar eigenschappen van andere ondersoorten aan toegevoegd. De Zwarte bij wordt vooral gekenmerkt door specifieke biometrische kenmerken en gedragseigenschappen. Bij Buckfast ligt vooral de nadruk op de gedragseigenschappen en niet op het uiterlijk. De Buckfastbij is vooral gericht op een hogere honingopbrengst tegen slechts een beperkte inspanning van de imker.  Dus weinig zwermdrift is een teeltdoel voor de Buckfastteler. 

De teler van de Zwarte bij is vooral gericht op het behoud van deze bijenondersoort, die oorspronkelijk de enige bijenondersoort was in Noord-West Europa. Vanwege het grote verspreidingsgebied watren er binnen de ondersoort Apis mellifera mellifera wel verschillende ecotypen te onderscheiden, zoals een bruine variant (ik meen in Frankrijk). In Nederland bestond de Heidebij als ecotype. Persoonlijk denk ik dat de Texelse Zwarte bij ook als een ecotype gezien kan worden. Door lokale isolatie ontstaan er specifieke eigenschappen binnen de bandbreedte van de ondersoort.

In onderstaande video zie je 2 volkjes met een F1 koningin. De ene is een F1 dochter van een P moer Zwarte bij en de ander een F1 dochter van een P moer Buckfast. Doordat beide koninginnen lokaal zijn aangepaard - hetgeen overigens voor de meeste van onze koninginnen geldt - krijgen de beide volkjes dezelfde invloed vanuit de vaderkant. Naar mijn gevoel zullen de eigenschappen van moederskant iets nadrukkelijker aanwezig zijn, omdat er sprake is van 1 moeder. Aan de vaderkant ontstaat een mix van vele vaders, dus menge\n deze eigenschappen enigszins, waardoor ze nivelleren. 

Kijk eerst maar eens naar de video:

Zoals je kunt zien, zijn de verschillen bij het bekijken van deze twee volkjes verwaarloosbaar. Het is koffiedik kijken of dit zo blijft. Beide volkjes zijn zachtaardig en zullen ook zonder rook goed gecontroleerd kunnen worden. Van collega-imkers/telers begrijp ik dat de combinatie van Zwarte bij x Buckfastdarren iets vruchtbaarder wordt, waardoor deze volkjes vrijwel even sterk zijn geworden. Het zijn in ieder geval mooie volkjes om in te winteren. Komend voorjaar eens kijken hoe ze het doen in grotere kasten. 

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt

Samen op weg naar een duurzame behandelvrije imkerij

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen