F0, F1, F2..............F16-koninginnen? Wie A zegt, moet ook B zeggen.
F0, F1, F2..............F16-koninginnen? Wie A zegt, moet ook B zeggen.
Wat is de betekenis van teeltmoeren en hun nakomelingen?
Koninginnen, die voldoen aan de kenmerken van een bepaald ras, worden vaak raszuiver genoemd. Toch is raszuiverheid een onrealistisch doel. Het begrip zuiverheid wordt vaak ten onrechte als doel nagestreefd. We streven naar bepaalde teeltwaarden, dat wil zeggen bepaalde kwaliteiten in gedrag, bijengezondheid, productiviteit, en andere eigenschappen zoals uiterlijke kenmerken.
Foto: Perenbloesem, nog 1 a 2 weken?
In Nederland worden bijen van bepaalde bijenrassen gehouden, ook wel ondersoorten van de honingbij Apis mellifera genoemd. Wereldwijd kent de bijensoort Apis mellifera zo'n 28 ondersoorten. De meest bekende zijn in Nederland de Zwarte Bij (Apis mellifera mellifera), de Carnica bij (Apis mellifera carnica) en het door broeder Adam in de VK geteelde ras de Buckfast bij. De Buckfastbij is oorspronkelijk ontstaan uit een Italiaanse koningin (Apis mellifera ligustica) en de darren van de Zwarte bij.
Raskenmerken
Ieder bijenras heeft zijn specifieke raskenmerken, zowel in uiterlijk als in gedrag. De Buckfastbij wijkt daar vanaf, want hierbij zijn de uiterlijke kenmerken min of meer los gelaten. Er bestaat geen biometrische rasstandaard voor de Buckfastbij, domweg omdat deze honingbij een mengselmoes is van allerlei ondersoorten. Die rasstandaard bestaat wel voor de Zwarte bij en de Carnicabij. Binnen het ras worden nog stammen of lijnen en ecotypen onderkend. De Zwarte bij uit Ierland zal op bepaalde aspecten aantoonbare andere eigenschappen hebben dan de Frans Zwarte bij uit Normandie, logisch ook want ze leven onder verschillende klimatologische omstandigheden.
Binnen een stam of lijn (familie) worden bepaalde teeltwaarden gemeten en deze kunnen vastgelegd worden in de Europese stamboom databases. Teeltwaarden zijn o.a. zwermtraagheid, raatzit, honingopbrengst, volkssterkte, weerstand tegen bijenziekten en varroaresistentie. De teeltwaarden kunnen per lijn of stam varieren. Als voorbeeld: de ene lijn is zwermtrager, terwijl de andere lijn veel sterker uitwintert en meer honing kan halen.
Type aanduidingen
De stammoeder wordt ook wel P-moer of F0-moer genoemd. Dit is in feite een geselecteerde koningin, die aangepaard is met de darren van meerdere geselecteerde zusterkoninginnen of met de darren van 1 koningin (via KI) of bevrucht is met het sperma van 1 dar (one drone inseminatie oftewel SDI).
Iedere dochter van deze P-moer of F0-moer die wordt aangepaard op een eilandbevruchtingsstation of via KI levert weer een F0-moer op. Maar dit is zeker nog geen geselecteerde teeltmoer, daarvoor moeten de zussen eerst nog uitgetest worden op verschillende drachtsituaties en in volwaardige kasten. Doordat er bij de versmelting van ei- en zaadcel allerlei combinaties kunnen ontstaan, voldoet niet iedere nieuwe koningin aan de gewenste teeltwaarden. Naarmate de koninginnen beter voldoen aan de raskenmerken ontstaat er een verenging van de raskenmerken, de variatie wordt steeds kleiner.
De nateelt van een F0- of P-moer: de F1-moer (standbevrucht)
Indien de jonge dochters van een F0- of P-moer in de vrije natuur op bruidsvlucht gaan, zullen ze darren van allerlei komaf tegenkomen. We noemen dit standbevruchting. Deze dochters, ook wel met F1-moer aangeduid, lijken nog erg veel op hun moeder. Ze zijn namelijk allemaal verwant aan de moeder, ze hebben groepsgewijs andere vaders. In het volk zie je dus duidelijk de kenmerken terug van de moeder en minder van de vaders, omdat dit wel 8 of meer verschillende vaders kunnen zijn. Een kruising tussen onverwante ouderdieren levert ook nog een versterkend effect op, het heterosiseffect .De aanwezige eigenschappen treden meer nadrukkelijk naar buiten. Dat geldt zowel voor de positieve als ook voor de negatieve eigenschappen. Omdat de eigenschappen van de vader slechts een klein deel van de werksters betreft, zal dit minder nadrukkelijk zichtbaar zijn dan de positieve eigenschappen van de moeder, die in alle werksters aanwezig is.Vandaar dat een F1-moer vaak een uitstekende kwaliteitsvolk voortbrengt en zelfs beter presteert dan haar p-moeder.
Hoe nu verder?
Heb je eenmaal gewerkt met F1-moeren van een bepaald ras (Buckfast, Carnica of Zwarte bij) dan herken je de specifieke eigenschappen, die bij dit ras horen. De overstap naar bijen van een bepaald ras impliceert echter tevens dat je aan koninginnenteelt moet blijven doen. Dus wie A zegt via een raskeuze, moet ook B zeggen tegen koninginnenteelt. Je kunt natuurlijk jonge F1-moeren kopen, maar het is veel leuker om deze zelf te telen en alle volken te voorzien van een F1-moer.
Realiseer je goed dat er na de F1-generatie een dochterkoningin F2 ontstaat, die in minder opzichten nog lijkt op de oorspronkelijke eigenschappen van de stammoeder. Nog slechts 25% van de eigenschappen van de P-moer zijn aanwezig en 75% van de eigenschappen is vreemd en is afkomstig van allerlei andere rassen en lijnen.
Kies voor F1 en niet voor een P-moer op een productievolk
Geselecteerde stammoeders moeten gepamperd worden. Houd haar in een kleine MiniPlus, zodat ze jarenlang mee kan gaan als leverancier van larven voor de nateelt. De stammoeder levert de eendagslarven voor de teelt van F1's of nieuwe F0's. . Telers houden vele p-moeren aan om deze te beproeven op allerlei kwaliteiten. De P-moeren, die ze verkopen zouden op basis van hun stamboek ook goede kwaliteiten moeten bieden, echter dat is nog niet zeker. Daarom raad ik imkers vaak aan om eendagslarven van een bewezen lijn (P-moer) te kopen en daarmee zelf koninginnenteelt te bedrijven. Een teler verkoopt voor een euro per larf wel larven van een zeer goede koningin, maar hij zal niet snel zijn beste p-moer verkopen.
Met deze teeltlarven van een F0-moer en het genoemde heterosis effect kunnen mooie en gezonde bijenvolken ontstaan. De darren van deze volken verspreiden voor 100% de kwaliteiten van de oorspronkelijke p-moer, zodat de omgeving mee profiteert van jouw aankoop van teeltlarfjes. Op deze manier kunnen we samenwerken aan een betere en duurzame imkerij met meer varroaresistentie.
Abonnee op het Bijenblog worden?
Wil je een mailbericht ontvangen van ieder nieuw blogbericht, klik dan HIER om je gratis aan te melden als Blog-volger.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt
Op weg naar een duurzame imkerij
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen