Kastopstellingen en bijengezondheid
Kastopstellingen en bijengezondheid
Welke impact heeft een kastopstelling op de bijengezondheid en welke maatregelen kun je treffen om de bijen te beschermen tegen overdracht van ziekten?
Wetenschappers hebben een tweejarig onderzoek gedaan naar de invloed van bijenkastopstellingen op het overbrengen van parasieten en ziekten. Na het lezen van dit wetenschappelijke verslag ben ik nog meer gemotiveerd om waar mogelijk de ruimte tussen kasten te vergroten en de kleurstelling van kasten of vliegplanken te varieren. In dit blogbericht meer over dit onderzoek. Het volledige onderzoek tref je aan onder het blogbericht.
Foto: watergemaal bij Kasteel Hackfort te Vorden
De eerste winterdag met lenteachtige temperaturen
Met de verbetering van het weer de komende dagen, zullen we ook helaas weer af en toe geconfronteerd worden met wintersterfte. Geniet echter vooral van de ontluikende sneeuwklokjes en krokussen, die massaal bezocht zullen worden door de bijen en koninginnenhommels.
Bij mij ligt de focus de komende week vooral op het onderkennen van voedselschaarste bij de volken. Voelen de kasten zwaar aan, dan laat ik ze verder met rust. Voelt een kast licht aan, dan krijgt dit volk 1 of 2 volle ramen wintervoer uit een zwaar aanvoelend volk. Het is dus een kwestie van het verhuizen van wintervoer. Vaak betreft dit 1 volk per bijenstand. Juist door de kasten te vergelijken krijg je ervaring met het begrip licht en zwaar.
Door het voelen aan het folie of plexiglas krijg je de bevestiging dat de moer aan de leg is gegaan en een broednestje heeft opgebouwd. Blijft het volk koud aanvoelen, dan is dit een kandidaat om de komende weken te verenigen met een ander moergoed volk. Aangezien het nog winter is en er nog nauwelijks gevlogen is, is er nauwelijks vers stuifmeel binnen gebracht en zullen de broednesten nog beperkt zijn. Ik vind het persoonlijk nu niet nodig de ramen met broed uit te nemen en te inspecteren. Bij een broednestje van 3 ramen broed koelen alle ramen met broed snel af wanneer je de beide buitenste broedramen inspecteert. De afkoeling speelt de varroamijten in de kaart en het halen van broodnodig stuifmeel wordt verstoord.
het broedonderzoek stel ik dus uit tot maart wanneer het langer aansluitend mooi voorjaarsweer zal zijn. Op dat moment volgt de eerste vluchtige voorjaarsinspectie en gaan bij mij in de dadantkasten de sluitborden erin om het broed enigszins krap te zetten. Daarover later dus meer.
Het vervliegen bij verschillende kastopstellingen
Tom Seeley en Michael Smith hebben al weer ruim tien jaar geleden een proefopstelling van twee bijenstanden gemaakt met ieder 12 bijenvolken. De ene bijenstand bestond uit dezelfde kleur kasten, die horizontaal stonden opgesteld op een afstand van 1 meter tussen de kasten. Op de andere bijenstand stonden de 12 kasten in alle windrichtingen op een afstand van 30 meter van elkaar. De proef duurde twee jaar, waarbij de bijenvolken niet werden behandeld tegen de varroamijt.
Wat bleek? In de vrije opstelling was sprake van 0 tot 6% vervliegende darren, terwijl er in de rij-opstelling 44 tot 68% van de darren vervlogen. Vooral darren worden in hun nadagen geparasiteerd door mijten en vanwege de darrenslacht nemen ze dan vaak hun intrek in naaststaande bijenkasten, die nog net niet toe waren aan de darrenslacht. Dat heeft een grote impact op de mijtbesmetting van het gastvrije volk.
Bij de werksters werd hetzelfde beeld van vervliegen geconstateerd, vooral bij drachtschaarste in juli en augustus worden er zeer veel speurbijen gerecruteerd en worden naburige kasten bezocht. Bij een sterke mijtenbesmetting zoeken de mijten ook onderdak bij de vliegbijen, zodat vooral in de nazomer bijen met mijten vervliegen. Zo'n 40% of meer van de werksters komt in een andere kast dan het eigen volk terecht.
De impact van de opstelling op de populatieontwikkeling van de varroamijten
De mijtbesmetting liep in beide groepen van 12 volken gelijkmatig op gedurende het eerste jaar en het voorjaar in het 2e jaar. Inmiddels was er in beide groepen 1 volk dood gegaan aan kalkbroed. In het tweede jaar hebben er in beide groepen 7 volken gezwermd. Er bleven dus 4 originele volken per groep over. Bij 7 afgezwermde volken kwam er geen nieuwe koningin aan de leg. Er bleven dus 15 volken over. Vooral in de rijopstelling bleven veel volken moerloos.
Voor het zwermen liep de mijtval in alle 15 volken gelijk op. Echter na het zwermen was de mijtbesmetting veel hoger in alle niet gezwermde volken. Van de volken die wel gezwermd hadden, bleek in augustus dat de vrij opgestelde volken nog steeds een lage mijtenbesmetting hadden. Echter de gezwermde volken op in de rijopstelling hadden inmiddels weer een hoge mijtbesmetting, blijkbaar vanwege vervliegen en rovende bijen gepaard gaande met veel opzittende mijten.
In augustus van het 2e jaar was de mijtbesmetting in de niet gezwermde volken zeer hoog. De volken zagen er ongezond uit. De volken namen snel in sterkte af en dwv-bijen waren volop zichtbaar. De gezwermde volken zagen er echter gezond en sterk uit zonder dwv-verschijnselen. In december van het 2e jaar waren 8 gezwermde volken dood tevens 2 volken in de volken op rij die niet gezwermd hadden.
Het eindresultaat na 2 jaar
Uitsluitend 5 volken in de losse opstelling, die wel gezwermd hadden, bleven in leven na de 2e winter. In het voorjaar hadden deze volken nog steeds een geringe mijtenbesmetting.
De hoe en waarom vraag
Twintig tot vijfendertig procent van de mijten verlaat de kast met de zwerm. De daarop volgende broedstop in het achterblijvende volk heeft een sterk negatief effect op de mijtenbesmetting. Ze kunnen zich niet vermenigvuldigen en ze worden wel ouder, waardoor ze minder levenstijd over hebben voor het leggen van nog een serie eitjes.
Zonder herbesmetting van vervliegende bijen in de vrije opstelling blijft de besmetting laag. Bij de rijopstelling zien we het tegengestelde. Hoogbemette volken verliezen bijen en mijten aan de lager besmette volken, waardoor ze uiteindelijk allemaal hoog besmet raken. Bij een sterk toenemende mijtbesmetting zullen meer haalbijen besmet worden door mijten. Bij roverij van zwakkere volken (vaak vanwege hoge mijtenbesmetting) halen ze daar de mijten ook nog op.
In juli en augustus worden de laatste darren geboren. Zij zijn in de regel zwaar besmet met mijten. Tijdens de darrenslacht worden de darren buiten de deur gezet. Dit proces verloopt niet gelijktijdig in alle volken. Om die reden worden darren in sommige volken nog wel gewoon toegelaten. Dit geeft extra mijtenbesmetting.
Wat kunnen van deze proef leren?
- probeer rijopstellingen te voorkomen, een broeder adam opstelling (kwadrant van 4 kasten in alle vliegrichtingen) verdient de voorkeur;
- geef alle bijenkasten een eigen kleur en wissel vooral veel af tussen de naast elkaar staande kastkleuren; het kleuren van vliegplanken draagt positief bij;
- beperk de mijtbesmetting door een broedstop toe te passen in de vorm van kunstzwermen en broedafleggers (het delen van volken);
- monitor de mijtbesmetting drie keer per jaar gedurende tenminste drie dagen en vervang de koninginnen van de volken met een hoge mijtenbesmetting (saneren);
- bestrijd tijdig de mijten wanneer de mijtenval/besmetting daartoe aanleiding geeft, het liefst met biotechnische oplossingen zoals de arrestbak.
Veel succes de komende week met de bijen.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt
Op weg naar een duurzame imkerij
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen