De overleving van wilde bijenvolken in Zuidwest Engeland
De overleving van wilde bijenvolken in Zuidwest Engeland
Jaarlijks worden 60% van de beschikbare nestholtes in bomen opnieuw bezet door bijenzwermen. Een deel van de volken overleeft meerdere jaren in het wild. Recentelijk is er een interessante wetenschappelijke publicatie verschenen over een 3,5 jaar durend onderzoek naar de vestiging van wilde volken in nestholtes in bomen en gebouwen. De bijenvolken in de nestholtes, ontstaan door toedoen van zwarte spechten, hadden de meeste kans op meerjarig overleven.
Lokale zwermen
Deze zwerm nam zijn intrek in een Pseudoacacia in Zelhem. Al vele jaren wordt deze nestholte bewoond door honingbijen. Soms overleeft het volk een winter, meestal wordt het nest opnieuw bezet in mei of juni. In het volgende dorp wordt een nestholte in een kerk al meer dan 10 jaar bevolkt door een bijenkolonie. Jammer genoeg weten we niet of het volk meerjarig overleeft.
Abonnee op het Bijenblog worden?
Wil je een gratis mailbericht ontvangen van ieder nieuw blogbericht, klik dan HIER om je gratis aan te melden.
Zuidwest Engeland
In Zuidwest Engelandheeft men een meerjarig (3,5 jaar) onderzoek gedaan naar 63 bijenvolken, die in oude bomen en in gebouwen hun nest gesticht hadden. Het onderzoek kun je onderaan als bijlage vinden. De bijen bleken een voorkeur te hebben voor nestholtes, die ontstaan zijn door toedoen van de zwarte spechten boven nestholtes in gebouwen (spouwmuren ed). 89% van de volken zat dus in een boom en 11% in een gebouw. De overlevingskans in bomen was groter dan in gebrouwen (betere warmtehuishouding?). In het onderzochte gebied trof met 2,5 wildgevestigd bijenvolk per km2 aan. Dat is veel hoger dan gangbaar is op het vaste land van Europa (0,23 volk/km2 onderzoek in Duitsland).
Zes volken overleefden meerdere onderzoeksjaren. Toch bleek vooral de eerste winter het moeilijkste te zijn met slechts een overleveingskans van 41%. Om je als bijenpopulatie te kunnen handhaven moet je dan ieder jaar weer 1,4 zwermen produceren. Blijkbaar lukt dat gezien de stabiele aantallen "wildgevestigde volken".
De onderzoekers concludeerden dat de wild gevestigde bijenvolken deels een afzonderlijke groep bijenvolken vormen, die zichzelf weet te handhaven. Gezien de dichtheid van 2,5 volk per km2 hebben deze volken ook invloed op de aanparing van jonge koninginnen van imkers.
Welke leerpunten zie ik in dit onderzoek?
Ook in Nederland komen in het wild levende bijenvolken voor. Gezien het gebrek aan zeer oude bomen, zou het plaatsen van nestkasten in bossen de natuurlijke vestiging van bijenvolken kunnen herstellen (rewilding). In de natuur is de wintersterfte onder bijenvolken zeer hoog. Als imkers doen we dus nog niet zo slecht met gemiddeld 80% overleving ten opzichte van 41% in de natuur.
De natuurlijk levende volken compenseren het verlies aan wintervolken door jaarlijkse nieuwe volken op te zetten. Dat kunnen wij ook doen. Liever voordat de volken ten onder gaan, dan als maatregel achteraf. Dus zet jaarlijks 20 tot 30% nieuwe reservevolken op, het liefst met varroaresistente F1's, Deze kunnen de verloren gegane volken in het voorjaar weer vervangen. Heb je geen verlies, dan kun je andere imkers in je omgeving hiermee blij maken.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt
Op weg naar een duurzame imkerij
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen