Bijenblog

Enkel- of dubbelspel bij het imkeren

Enkel- of dubbelspel bij het imkeren

In dit Blogbericht belichten we van verschillende kanten het enkelbaks- en het dubbelbaksimkeren. Veertig jaar geleden werden alle imkers opgeleid in het dubbelbaksimkeren in de Simplexkast. Wereldwijd is er al jaren een tendens gaande die meer neigt naar het enkelbaksimkeren. De vraag van het waarom en de voor- en nadelen worden in dit bericht besproken. 

De komende maanden zullen we ons vooral bezig houden met het ondersteunen van de groei van de bijenvolken en vervolgens het begeleiden van de mogelijke opkomst van de zwermdrift. Gezonde bijenvolken laten een indrukwekkende groeidrift zien in het voorjaar. De broednesten zijn op dit moment al aanwezig, ze laten tijdens de wilgenbloei een enorme boost zien. Een indrukwekkend en prachtig fenomeen. 

De groei van de volken kunnen we faciliteren door extra kastruimte te geven. Dit kan op verschillende manieren. Je kunt extra broedruimte verstrekken of uitsluitend ruimte geven in de vorm van honingkamers. Deze twee routes worden ook wel aangeduid als tweebaksimkeren (dubbele bk's) en eenbaksimkeren. De volgende You Tube video geeft een mooi beeld van de verschillen:

Het tweebaksimkeren

In een beperkte nestholte zal er snel filevorming en overbevolking ontstaan, vandaar dat we tijdig - zodra de broedkamer bijna vol zit met bijen - de beschikbare ruimte vergroten. Traditioneel is ons aangeleerd om er een tweede broedkamer bovenop te plaatsen. Pas nadat deze weken later bezet is, komt de honingkamer erop. Dit is het traditionele tweebaksimkeren. Een variant hierop is het onder plaatsen van de tweede broedkamer. Hiermee behoud je een betere warmtehuishouding voor de bijen in de bovenste broedkamer. In imkerpedia kun je de voor- en nadelen teruglezen. 

Het eenbaksimkeren

Zodra de eerste broedkamer bijna vol zit met bijen wordt het moerrooster gelegd en hierop wordt de eerste uitgebouwde honingkamer geplaatst. Deze honingkamer is primair niet gericht op de honing maar op het geven van ruimte aan de groei van het bijenvolk teneinde overbevolking te voorkomen. Wanneer na één of twee weken (het kan echt snel gaan) de honingkamer overal bijen laat zien door het plexiglas plaats je een tweede honingkamer bovenop (eventueel met kunstraat, liever met uitgebouwde raat in het midden). Hiermee geven we ruimte aan de bijen en aan de honingopslag, die in eerste instantie eerst in de eerste honingkamer terecht komt. Indien de tweede honingkamer redelijk bezet is met bijen, komt er een derde honingkamer met kunstraat op. We letten dus meer op de bezetting met bijen dan op de kilo's honing. Ruimte geven is het adagium om overbevolking in deze periode te voorkomen. Aan het einde van de voorjaarsdracht halen we meestal één soms twee volle verzegelde honingkamers af om direct te slingeren. Indien je er twee afneemt, dan direct één extra honingkamer terugplaatsen. Er blijft dus altijd een redelijk gevulde hk op de broedkamer staan als reservevoedsel. Ditzelfde geldt ook medio juli bij de afname van de zomerhoning. Medio augustus wanneer we beginnen met het aanvullen van het wintervoer wordt deze hk met open honing ondergezet. Indien de laatste hk vol met honing zit, kun je ook het moerrooster wegnemen en deze hk als wintervoer laten staan. Op deze manier hebben de bijen nooit last van honger of voedseltekorten. 

De zwermdrift begeleiden

Wanneer je met respect voor het bijenvolk imkert, leg je de bijen niet jouw wil op, maar begeleid je het bijenvolk in hun ntuurlijke gedrag. Met het verstrekken van extra broed- en/of honingkamers bied je ruimte aan de expansiedrift van de bijen. Sommige rassen en volken zullen sneller zwermdrift ontwikkelen dan anderen, het zit gewoon in de genen. Met twee broedkamers en een honingkamer bij het tweebaksimkeren en één broedkamer en drie honingkamers bij het eenbaksimkeren hebben we een gelijk volume van de beide kasten. De beide kasttypen zijn nagenoeg even hoog. De beschikbare ruimte in beide kasten is voor de bijen even groot. In sommige vergelijkingsonderzoeken wordt de fout gemaakt de eenbakskasten kleiner te houden of te laat extra honingkamers te plaatsen. Dan ontstaat er door de kleinere kast eerder zwermdrift vanwege de overbevolking. Overigens wordt er in iedere basiscursus geleerd hoe je met een kunstzwerm in één keer de zwermdrift elimineren kan. Het maken van broedafleggers als alternatief voor de kunstzwerm met aanwezige belegde zwermcellen sluit overigens beter aan op de natuurlijke levenswijze van bijenvolken, want niet ieder volk zal aanleg hebben om te zwermen. 

De benodigde broedruimte 

Een goede koningin legt in april 2.000 eitjes per dag. Aangezien de eerst gelegde eitjes na 21 dagen weer uitlopen, heeft een goed leggende moer ruimte nodig voor 42.000 broedcellen. Een simplexraam met 5,4 mm raat bevat 5.400 cellen, dus 8 broedkamerramen simplex volstaat. Een broedkamer met 10 ramen omvat 54.000 cellen. Een broedkamer met 11 ramen met 5,1 mm kunstraat (het gemiddelde in de natuur) bevat 64.900 cellen. Meer dan genoeg dus voor een goede koningin. Je kunt zelfs een iso sluitbord overwegen met als doel de hoeveelheid stuifmeel in het broednest sterk te beperken, want bijenbrood/stuifmeel in het broednest is een sterke aanjager voor de zwermdrift. 

De voordelen en nadelen van beide kasttypen

  • De investeringskosten voor beide kasttypen zullen weinig uitmaken. De hoogte en het volume van de beide kastentypen zijn namelijk gelijk. 
  • De overwintering vindt bij het eenbaksimkeren plaats met één broedkamer of eventueel een honingkamer met restanten voer onder. De hoeveelheid wintervoer is 14 kilo. Bij het tweebaksimkeren moet je op 18 tot 20 kilo wintervoer rekenen. Dit levert een besparing op bij het eenbaksimkeren. 
  • De opbrengst aan oogstbare honing is bij het eenbaksimkeren meer vanzelfsprekend en hoger dan bij het tweebaksimkeren is mijn ervaring. Bij twee broedkamers zit er vaak veel honing rond het broednest in de bovenste bk, terwijl soms de echte honingkamer slecht in gebruik genomen wordt in het voorjaar. Bij het eenbaksimkeren komt de honing direct in de honingkamer en wordt de broedkamer uitsluitend gebruikt voor het broed.
  • De meeste imkerhandelingen zijn bij het eenbaksimkeren veel eenvoudiger en minder foutgevoelig dan bij het tweebaksimkeren. Denk maar aan het opzoeken van de koningin op 20 ramen of op 10 ramen. Datzelfde geldt voor het controleren en breken van belegde zwermcellen. Het breken op de 13e dag van redcellen na het maken van een veger of vlieger vraagt ook twee keer zoveel inspanning bij het tweebaksimkeren. 
  • De toegankelijkheid van deze mooie hobby voor minder sterke of minder valide imkers wordt verbeterd indien er geen zware broedkamers van 24 kilo getild hoeven te worden. Zonder hulp is een eenbakskast in je eentje te verplaatsen. Het imkeren wordt genderneutraal. 
  • De meeste handelingen zullen in een eenbaksbroednest korter duren dan in een tweebaksbroednest. De bijen varen wel bij een kortdurende ingreep. Hoe langer de controle duurt, des te erger ze worden verstoord. Minder zachtaardige bijen kunnen behoorlijk nukkig worden bij langdurige controles. Het kost ook meer broednestwarmte en afkoeling van het broednest. 

Bijengezondheid en varroabesmetting

  • Volgens Hayo Velthuis (Nederlands wetenschapper en Carnica-teler) en Bernard Kraus (klikken voor de link) wordt de bijengezondheid positief ondersteund bij het imkeren met compacte broednesten. De betere warmtehuishouding zet een rem op de voortplanting van de mijtenpopulatie. Enige jaren geleden heeft Hayo Velthuis een geweldige voordracht over dit thema gegeven tijdens een NBV koninginnenteeltdag. 
  • Volgens Thomas D. Seeley heeft "single hive management (eenbaksimkeren)" grote gezondheidsvoordelen voor onze bijen ten opzichte van het tweebaksimkeren. In een tweejarige proefopstelling was de overleving van de tweebakskasten 2 op de 12 en bij de eenbakskasten 8 op de 12. De varroabesmetting in de eenbakskasten was drie keer lager dan in de grote kasten. De wetenschappelijk publicatie kun je HIER terugvinden. 
  • De University of Guelph Honey Bee Research Centre heeft 20 jaar ervaring met het eenbaksimkeren. In de video hierboven worden de voor- en nadelen van het eenbaksimkeren besproken. Zij noemen ook hier uitdrukkelijk de bijengezondheid, die makkelijker te beoordelen is in een eenbaksbroednest. Een tweede video van hen vind je HIER.

De afgelopen jaren zijn er vele imkers vanwege de genoemde nadelen van de dubbele broedkamers (vooral het gewicht en de grote hoeveelheid ramen waarop de moer en moerdoppen gezocht moeten worden) overgestapt op dadant- en topkasten of op het eenbaksimkeren met spaarkasten om zo de hobby sterk te vereenvoudigen en te vergemakkelijken. Als bijkomend voordeel worden de hogere honingopbrengsten vaak genoemd. 

Naar mijn mening is het belangrijkste voordeel de beperking van de mijtenreproductie (Velthuis en Seeley onderzoeken). Na 40 jaar wordt het tijd dat we deze parasietenplaag onder controle krijgen. 

De mogelijke nadelen in de vorm van mogelijke zwermdriftontwikkeling en gebrek aan voedselreserves in de broedkamer zijn met simpele imkerhandelingen te ondervangen.  De meest kritische succesfactor bij het eenbaksimkeren is tijdig en vooral voldoende honingkamers plaatsen en niet alle honingkamers tegelijkertijd wegnemen. 

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt

Geinteresseerd in meer over het Eenvoudig(er) en duurzaam imkeren of in imkeren met kleine cellen? Lees eens naar het gelijknamige imkerboek, ook je bijen zullen er plezier van hebben. 

 

 

 

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen