Verslag peiling varroabestrijding en voorlopige herfst- en wintersterfte
Verslag peiling varroabestrijding en voorlopige herfst- en wintersterfte
De recent gehouden peiling onder de Blog-volgers en de lezers van NBV-Imkernieuws laat nu al een enorme sterfte onder de bijenvolken zien. In dit bericht kun je de resultaten van de peiling lezen en meer inzicht krijgen over de achtergronden.
De afgelopen maanden zijn ruim één op de tien bijenvolken verdwenen of gestorven. Dit blijkt uit de recente peiling onder de NBV Blogvolgers en de lezers van NBV Imkernieuws. Het verslag kun je HIER teruglezen.
Hiermee zijn inmiddels naar schatting bijna 10.000 bijenvolken uit Nederland verdwenen. Voor velen met bestuivingscontracten is dit een grote schadepost. De totale vervangingswaarde bedraagt ongeveer 1.000.000 euro. Hoe je ook kijkt naar de cijfers van de peiling, de oorzaak van de sterfte lijkt vooral bij het varroa-virus syndroom te liggen. Het is iets dat ons net als het Covid-virus overkomt. Echter er worden geen vaccins ontwikkeld tegen bijenvirussen in tegenstelling tot andere dierziekten zoals blauwtong, die ook via een insect (de knut) wordt overgebracht.
Met de bovenstaande foto wil ik vooral de boodschapper van onze herfst- en wintersterfte illustreren. De varroamijten zelf zijn feitelijk niet de doodsoorzaak van onze bijen, wel de virussen en met name het DWV-virus. Het type B van dit virus repliceert zich in de varroamijt tot miljoenen virussen.
Het DWV type B virus is de opvolger van het DWV type A virus dat ons van 2010 tot 2020 vooral dwarsboomde bij de winteroverleving van bijenvolken. Vanaf 2019/2020 heeft het type B DWV-virus zijn voorganger verdrongen en dit leidde in de afgelopen vier jaar tot een steeds hoger oplopende wintersterfte. De wintersterfte in de herfst en winter van 2022/2023 bedroeg 25,6%. Het onderzoek van Bijen@WUR naar de wintersterfte in 2022/2023 kun je onder deze link teruglezen. Het onderzoek naar de relatie tussen wintersterfte en het DWV type B virus kun je HIER vinden.
Het DWV type A kan zich niet vermenigvuldigen in een mijt en type B dus wel. Een ander evident aspect is de ziekmakendheid (virulentie) van het DWV-B virus. Bijen besmet met DWV-A hadden al een verkorte levensduur, echter met type B wordt deze nog korter. Via voedseluitwisseling wordt de hele populatie besmet en de besmette bijen verlaten doodziek vroegtijdig de kast en laten een lege kast achter. Wij als imkers hebben letterlijk het nakijken. Soms melden imkers dat ze geen DWV hebben, omdat ze de typische verkorte achterlichamen of verkreukelde vleugeltjes niet aantreffen. Hier speelt echter hetzelfde als bij het Covid-virus. Er bestaat een niet zichtbare variant die asymptomatisch wordt genoemd. De honingbij is wel besmet, maar heeft niet de uiterlijke kenmerken. Ondertussen besmet ze de poppen tijdens het voeren.
Professor Stephen J. Martin heeft veel onderzoek gedaan naar de gevolgen van varroamijten en virussen. Hieruit blijkt dat er bijenpopulaties in de wereld bestaan, die al decennia samenleven met varroamijten, echter zonder virussen. Deze bijenpopulaties blijven gewoon leven. In de onderstaande video wordt dit op een droge en humorvolle manier uitgelegd door professor Stephen J. Martin. Hij laat ook zien hoe bijenvolken langzaam wegkwijnen ten gevolge van het DWV virus.
Aangezien de virussen de varroamijt als vehicle gebruiken om de pop en honingbij binnen te dringen, blijft er maar een remedie over om het gevaar van de virussen terug te dringen. De enige remedie is het terugdringen van de aantallen varroamijten. We moeten de voortplanting van de mijten vertragen.
Dit kan door de varroamijt vooral tijdig te bestrijden, maar ook door bijen via natuurlijke selectie en teelt zo ver te krijgen dat ze zelf de voortplanting van de mijten afremmen en de voortplantende mijten opruimen uit het broed (VSH) en van de bijen (grooming).
Imkermanagement kan ook bijdragen tot een vermindering van de mijtenreproductie, denk hierbij aan:
- een betere warmtehuishouding via het eenbaksimkeren (Velthuis en Kraus);
- betere geisoleerde kasten via iso sluitborden in houten kasten of styropor bijenkasten gebruiken (Seeley);
- vooral tijdig (2e helft juli) een begin maken met de zomerbestrijding (bijen@wur)
- vooral tijdig (1e helft december) de december oxaalbehandeling uitvoeren;
- het kleine cellen systeem remt eveneens de mijtenreproductie (Oddie);
- de mijtenbesmetting vaststellen via schuifla en schudmethode en hoog besmette volken uitsluiten van de nateelt;
- bezoek vooral bevruchtingsstations waarop VSH-darrenvolken geplaatst zijn of betrek larfjes van telers met VSH-materiaal. Ieder bijenras kent tegenwoordig VSH-materiaal of biedt mogelijkheden op bevruchtingsstations. Dit geldt dus voor Carnica, Buckfast als de Zwarte bij.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen