Wintersterfte
Wintersterfte
Wintersterfte hoort bij het imkersvak. Vroeg of laat worden we er allemaal mee geconfronteerd. Wat kunnen veel voorkomende redenen voor het ontstaan van wintersterfte zijn?
Ieder voorjaar komen er verontruste berichten naar buiten over hoge wintersterfte. Gelukkig zijn er ook veel imkers met weinig of helemaal geen wintersterfte. Die laatste groep, die minder naar buiten treedt, is de laatste decennia nog steeds in de meerderheid. Het wintersterftepercentage varieert de laatste tien jaar van 10 tot 20 procent. Er zijn eveneens grote regionale verschillen.
Dit cijfer is eigenlijk iets te hoog omdat normale zomerse redenen van uitval ook meegeteld worden, zoals storm- en waterschade en uitval door honger. Ook koninginnenproblemen kunnen zowel in de zomer als in de winter voorkomen. Deze kunnen in een goede imkerpraktijk grotendeels voorkomen worden. Het zou mooi zijn als het wintersterftecijfer vooral een reflectie is van de bijengezondheid in Nederland.
Wat zijn de belangrijkste factoren van wintersterfte:
- het milieu: de omgeving waarin onze bijenvolken staan, heeft een hele grote invloed op de gezondheid van de volken. Sta je met je bijenstand redelijk geisoleerd van andere imkers en reis je eveneens niet met je bijen dan blijf je verschoond van vreemde virussen en de mijtenoverlast van je buren; reizen in grote groepen naar heide of reuzespringbalsemien is vragen om problemen. De langlevende winterbijen worden kortlevend vanwege het harde werken en het onderhouden van het broednest. Ditzelfde gebeurt overigens als je de pech hebt als je naast een landbouwer zit die in oktober nog bloeiende zwarte mosterd op zijn akkers heeft staan als zogenoemd vanggewas. Uiteraard heeft dracht of het ontbreken daarvan grote invloed op het welzijn van onze bijen.
- klimaatverandering: de droge en zeer hete zomers en nazomers zijn funest voor de stuifmeelleveranciers in onze tuinen. Juist de verse stuifmeel in juli en augustus is van levensbelang voor de langlevende winterbijen, die dan geboren worden. Vooral de drachtarme perioden zijn meer bepalend voor de gezondheid dan de enkele weken in het voorjaar en zomer dat er wel veel dracht is van fruit- en lindenbomen;
- de imker achter de kast: onze uitgebreide regelmatige controles vormen een stressvolle ingreep voor de bijen. Op dit vlak valt er nog veel te winnen. Kortere inspecties (max 3 of 4 ramen) en minder frequente controles in het voorjaar en vanaf begin juni komt de bijengezondheid ten goede. Meer hierover in toekomstige blogberichten; Tijdige toepassing van het twee- of driegangen varroabestrijdingsmenu is essentieel. Vooral de tijdige zomerbestrijding (begin 2e helft juli) is sterk bepalend om goed de winter door te komen;
- volksverjonging en vervanging van overjarige moeren: de natuur leert ons dat volksvernieuwing via het zwermen een goed middel is om met een nieuwe een schone lei te beginnen. In de imkerpraktijk zien we dat nieuwe volken in zesramers meestal goed en sterk de winter doorkomen. In de regel zijn dit broedafleggers geweest met zwerm- of redcellen, die daardoor een nieuwe koningin hebben; moeren van 2 jaar of ouder lopen een zeker risico op wintersterfte of uitval van sperma. Ook opgeslagen sperma wordt na verloop van tijd minder vitaal. Daarom vormt een moer na 2 jaar een zeker risico. Derhalve kun je beter tweejarige+ moeren in september vervangen door een jongere koningin;
- Virussen en varroa. Ik noem virussen als eerste omdat bijenvolken daar vooral aan dood kunnen gaan. Bijenvolken kunnen matige besmettingen van varroa's best overleven, echter ernstige virusbesmettingen niet. Vooral DWV is dodelijk. Sommige volken zijn mijtgevoelig en andere volken bieden meer weerstand tegen de mijtenreproductie. Datzelfde geldt voor virussen. Zie je DWV-bijen voor je kasten of in je volken, sluit deze volken dan uit bij de volksvermeerdering en teel hiervan geen koninginnen. Selectie en teelt is een zeer krachtig middel om meer robuuste en hoog hygienische bijenvolken te krijgen, die tegen een stootje kunnen.
Het werkelijke percentage is vrijwel altijd een stapeling van oorzaken. Dit jaar extra versterkt door het gebrek aan stuifmeel in augustus en september door de extreme hitte en droogte.
De opsomming van factoren is zeker niet compleet. Het schetst wel de uitdaging waarvoor we als imkers gesteld worden. Samen onderzoeken en analyseren waar we verbeterslagen kunnen maken is vooral goed te doen in verenigingsverband. Kijk eens wat er speelt in je regio en probeer samen tot beheersing van de wintersterfte te komen. Help de imkers met hoge sterfte aan een nieuwe broedaflegger of onderzoek hoe je de dracht kunt verbeteren in je omgeving.
Biodiversiteit (soorten rijkdom) is vooral van belang voor bijzondere wilde bijen. Onze honingbij is vooral gericht op veel voorkomende algemene planten. De bijzondere soorten planten laat onze honingbij links liggen ten voordele van de wilde bijen. Ieder insect heeft zo zijn eigen positie tussen de andere insecten. Samen leven ze in harmonie en bestuiven samen op de beste manier onze bloemen. Zo lang de mens de natuur niet vernietigt of terugdringt is er niets aan de hand. Samen leven ze dan nog lang en gelukkig.
Tot binnenkort met een nieuwe video. Het is nog even wachten op beter weer ;-).
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen