Bijenblog

Kerst & behandelvrij imkeren

Kerst & behandelvrij imkeren

Kerst is de tijd voor bezinning en reflectie. Een gezellige kerst en een gezond en duurzaam 2023 toegewenst! Voor tweede kerstdag in dit blogbericht een verhaal over mijn beleving van de varroamijt. Na bijna 40 jaar moeten mijn bijen hun eigen boontjes doppen. Met een beetje hulp van de imker. 

Op 12 december schreef ik een BLOG-bericht waarin ik toegezegd heb nog eens uit te wijden over mijn manier van imkeren, waarbij ik de mijtenvoortplanting probeer af te remmen, zodat je zelfs behandelvrij en duurzaam zou kunnen imkeren. Het blijft overigens risicovol en vraagt veel inspanning, maar het is wel ongelooflijk boeiend. De dondere dagen voor kerstmis geven tijd voor bezinning en reflectie, vandaar dit epistel. 

In 1984 volgde ik de basiscursus bijenhouden. Het jaar erop kwamen de varroamijten via de oostgrens ons land binnen en veranderde mijn hobby in bijenhouden én mijten bestrijden. Tijdens de basiscursus was er echter geen woord aan besteed. Hoe anders is het nu tijdens de basiscursus. Het driegangen menu neemt een nadrukkelijke plaats in tijdens de basiscursus. Het hele jaar ben je druk met de bestrijding van die van oorsprong Aziatische parasieten. 

In de beginjaren vanaf '85 was het expirementeren met tabaksrook om de mijten te detecteren en mierenzuur om ze te doden. Maar al snel dook de farmacie op het mijtenprobleem. Mijten zijn een bekend fenomeen in de landbouw, denk maar aan kippen en schapen. Harde chemie werd dus ook ingezet om de mijten tot nagenoeg nul te reduceren. In dat "nagenoeg" schuilt het gevaar. De selectiedruk op de mijten is extreem hoog en op onze bijenvolken bijzonder laag, want we proberen ook de zwakke bijenvolken in leven te houden.

Al na enige jaren bleken veel mijten onze bestrijding te overleven. Ze waren inmiddels opgewassen tegen deze chemische middelen. De mijten werden dus resistent. Nieuwe middelen werden geintroduceerd en ook deze ondergingen hetzelfde lot. Nu bijna 50 jaar later worden er nog steeds chemische middelen ingezet zoals Armitraz, waarvan inmiddels in de VS blijkt dat dit middel ook niet overal nog lijkt te werken. 

Gelukkig gebruiken veel imkers in Nederland organische middelen als tijmolie en zuren, zoals mierenzuur en oxaalzuur. Toch blijven residuen van deze middelen ook achter in de was (Thymovar en Apiguard) en in de honing (mierenzuur en oxaalzuur). Onze kunstraat is nog steeds gecontamineerd met chemische middelen, die lange tijd ingezet zijn tegen de mijten. Deze stoffen horen van nature niet thuis in onze bijenvolken. 

Voor mij was het zien van verbrand witgebleekt gras voor de vliegopening van mijn kasten, veroorzaakt door de mierenzuurdamp, die de bijen trachten naar buiten te vertileren, de trigger om het roer om te gooien en te willen stoppen met de bestrijding. Dat het spul bepaald niet mens- en diervriendelijk is, blijkt wel uit de te treffen voorzorgsmaatregelen als rubber handschoenen, beschermbrillen en gasmaskers. 

Toch hebben we als imkers allemaal hetzelfde goede doel voor ogen: onze bijenvolken in leven houden. In de kern heiligt het goede doel de middelen. Het is ook onze wettelijke plicht om de bijenvolken goed te verzorgen en gezond te houden. 

Kan het ook anders zonder de toepassing van bestrijdingsmiddelen?

Cuba: Toen in Cuba, waar men dezelfde bijenrassen houdt als hier, zo'n 20 jaar geleden de mijt geintroduceerd werd, ontbrak het de imkers aan geld om bestrijdingsmiddelen in te zetten. Bovendien besloot de overheid om niet in te grijpen en de natuur het zelf te laten oplossen. Cuba had een zeer bloeiende imkersbedrijfstak met 208.000 bijenvolken in 1985 en een gemiddelde honingopbrengst van 40 tot 70 kilo per volk. Na een aanvankelijk moeilijke periode met 40% verliezen aan bijenvolken ten gevolge van de introductie van de varroamijt (126.000 volken in 2003), herstelde na 4 jaar het evenwicht tussen mijten en bijenvolken en bleven vooral de resistente volken over. 

Als imker weten we hoe gemakkelijk het is om vanuit één volk wel vijf broedafleggers te maken. Het is dus heel eenvoudig om verliezen te compenseren en de aantallen volken op peil te houden. Nu 20 jaar na de introductie leven er 221.000 bijenvolken op Cuba zonder dat ze iets doen aan de bestrijding van de mijt. Volken, die mijtgevoelig waren, zijn uitgestorven. Uitsluitend volken die de mijten zelf kunnen managen zijn overgebleven. Het probleem is beheersbaar geworden. 

Ook in Nederland is dit mogelijk. Samen imkeren 2.0 is een project waarin diverse Nederlandse imkergroepen samenwerken om te laten zien dat behandelvrij imkeren mogelijk is. Het blijft weliswaar risicovol, echter door het bestrijden in te ruilen voor het monitoren van de mijtenbesmetting zijn deze risico's te managen.

Voor imkers, die geen tijd of zin hebben om extra aandacht te besteden aan het monitoren van de mijtenbesmetting is het zeker noodzakelijk om het twee- of driegangenmenu voort te zetten. Dit is echt een noodzakelijk kwaad om geen volken te verliezen. 

Mijn transitie naar het behandelvrij imkeren: Vanwege mijn aversie van bestrijdingsmiddelen paste ik de middelen al met mate toe op mijn bijenvolken. Harde chemie is nooit toegepast en de dosering van Thymovar, ApiLifeVar, mierenzuur en VarroMed was bij altijd minder dan voorgeschreven door de fabrikanten. Hiermee was er dus altijd sprake van enige mijtendruk, zodat de bijen uitgedaagd werden zelf ook nog iets in te brengen aan hygienisch gedrag. 

Het gebleekte gras was de trigger voor mij om naar "treatmentfree beekeeping" te googlen. Al gauw kom je dan op de site van resistantbees.com waarin de kleine cellen (4,9 mm), een aangepaste raatafstand, beperking van het darrenbroed en de Housel positionering worden uitgelegd. Vele imkers in de wereld hebben hier positieve ervaringen mee. 

Dit was dus mijn eerste en belangrijke verandering in 2016: het eerste volk werd overgezet op het kleine cellen+ concept. Vele tientallen volken volgden in de jaren erna. Soms via een tussenstap van 5,1 mm kunstraat, maar meestal direct opgebouwd als 4,9 mm broedafleggers.

De tweede stap was het verbeteren van het hygienische gedrag in mijn volken of beter gezegd het Varroa Sensitieve Hygienische (VSH) gedrag. Dit richt zich vooral op het ruimen van poppen, die aangetast zijn door zich reproducerende mijtenfamilies en virussen. De niet reproducerende steriele moedermijten worden met rust gelaten. Ik deed dit door vier dochters van mijn teeltmoer in Belgie kunstmatig te laten insemineren met darren afkomstig van een VSH-lijn. De oorspronkelijke moeder van deze dochters was een kadootje van imkervriend René. De moeder was al in 2015 expirementeel aangepaard met VSH-darren op het bevruchtingstation Neeltje Jans.  

Deze stap (het inkruisen van VSH eigenschappen) kunnen inmiddels alle imkers zetten. In 2021 en 2022 stonden er VSH darrenlijnen op Ameland, al eerder stonden er dergelijke lijnen op Marken en in 2023 staan er VSH-darren op het bevruchtingstation Flevo. Dit betreft Buckfast-stations, maar ook de Zwarte Bij en de Carnica vereniging zorgen voor hoog hygienisch materiaal op de bevruchtingstations. 

De derde stap betreft de selectie van de beste teeltmoeren per lijn. Telen is het opstapje naar selectie. Uitsluitend door de mijtenbesmetting van de nieuwe volkjes met teeltmoeren met elkaar te vergelijken leidt dit uiteindelijk tot een mogelijke verbetering van de eigenschappen. Door dochters van de geselecteerde moeren opnieuw aan te paren met hoog hygienische darren kun je de gewenste eigenschappen (= weinig mijten en geen DWV of ABPV) op een hoger peil krijgen. Dit is een continue proces. Bij de selectie wordt er uiteraard ook gelet op de andere eigenschappen, waarbij weerstand tegen ziekten en zachtaardigheid belangrijk zijn. 

Uiteraard kunnen imkers, die geen tijd hebben voor dit selectieproces, wel meeliften op het selectiewerk van derden. Je kunt bij mij en andere telers larfjes kopen, die in beginsel de gewenste eigenschappen bij zich dragen. Deels gaan de eigenschappen met standbevruchting verloren, echter de positieve effecten zijn zeker nog merkbaar. Hetgeen weer leidt tot betere overlevingskansen.  

De vierde stap betreft het Darwiniaans eenbaksimkeren in bijvoorbeeld een Spaar-, Dadant- of Topkast. Door een beperking van het broednest tot één broedkamer met maximaal 8 simplexramen broed of 5 of 6 ramen dadant beperk je de mijtenreproductie ten opzichte van het werken met twee broedkamers. Dr. Thomas D. Seeley heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan. In deze slide uit zijn voordracht zie je overduidelijk het verschil in mijtenbesmetting en het resultaat van een veel betere overwinteringskansen in kasten met een compacte broedruimte. Een Nederlands onderzoek van Hayo Velthuis wijst ook op beperking van de mijtgroei in compact gehouden broednesten vanwege de betere warmtehuishouding.

Dat het eenbaksimkeren anderen en mij zo goed bevalt, had ik eerlijk gezegd niet verwacht. De gevreesde zwermdrift blijft meestal achterwege wanneer je tijdig en voldoende honingkamers verstrekt. Overigens is de zwermdrift wel rasgebonden. De Zwarte Bij is meer gericht op zwermen dan de Buckfastbij en deze bij zal dus ongeacht het type kast sneller gaan zwermen. 

De oogstbare honingopbrengst is aanmerkijker hoger dan bij het imkeren met twee broedkamers en je kunt om natuurlijk te imkeren de laatste volle honingkamer als wintervoer op de broedkamer achterlaten. Ook dit aspect heeft positieve effecten op de overwintering en voorjaarsontwikkeling van bijenvolken. 

Als vijfde en laatste stap wil ik graag pleiten voor voldoende beschikbaarheid van diverse stuifmeel- en nectarleveranciers het jaarrond. Er is vaak voldoende stuifmeel voorhanden in april, 1e helft mei en juni. Echter in juli en augustus worden de zomers droger en warmer en verwelken veel gewassen. Juist in de maanden augustus en september hebben de bijen veel vers stuifmeel nodig om hun eiwitreserves aan te leggen ten einde langlevende winterbijen te worden. De dracht van de klimop in oktober komt te laat voor de opbouw van winterbijen. Voldoende kwalitatief voedsel in het larvale stadium verhoogt de weerstand van volken tegen de alsmaar terugkerende virusinfecties. 

In november manifesteert zich soms deze neerwaartse spiraal, waarbij volken ineenstorten vanwege virusinfecties en kortlevende winterbijen. Veelal een gevolgd van DWV-virussen, die zich hebben kunnen dupliceren via de varroamijten en de poppen. Tijdens het oxalen wordt soms zichtbaar dat het noodlot heeft toegeslagen. 

Ik hoop van harte dat dit noodlot aan je deur voorbij gaat, maar het blijft wel natuur. Laten we vooral met elkaar proberen het bijenhouden zo natuurlijk mogelijk te houden, want de bijenvolken verdienen een duurzame natuurinclusieve toekomst.

Gezellige feestdagen en een gezond, vredig en gelukkig 2023 toegewenst! 

Ben Som de Cerff & Ria Harkink

http://www.de-vlinder-en-go.nl/

 

 

 

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen