Bijenblog

Meten levert bijdrage aan natuurlijke selectie

Meten levert bijdrage aan natuurlijke selectie

Door bij de teelt van raszuivere koninginnen de mijtenval te monitoren, kun je de best presterende moeren er snel tussen uit vissen. Blijkbaar is het genenpakket van het ene volk veel beter dan dat van andere moeren. De nateelt moet deze stelling in de toekomst weer bewijzen. Hoe selecteer je op een eenvoudige wijze op de minste mijtbesmetting? 

Door de natuur een handje te helpen, kun je de natuurlijke  selectie versnellen en de bestrijding van de mijten steeds vaker achterwege laten. Op Cuba besloot men twintig jaar geleden bij de introductie van de varroamijt om helemaal niets te doen. Het ontbrak daar nu eenmaal aan financiele middelen om volken en mijten te bestrijden. In tegenstelling tot een sterfte van bijna alle volken (zoals ons in het verleden wel werd voorgehouden), bleek slechts 40% van de bijenvolken ten onder te gaan aan de gevolgen van de mijtenbesmetting. Gezien de enorme creativiteit en veerkracht van imkers werd deze achteruitgang in het aantal volken al snel weer ingelopen. Daarnaast bleken juist de niet tegen de mijten en virussen opgewassen volken het onderspit te delven. De overblijvende volken waren duidelijk sterker en opgewassen tegen de mijtenreproductie en de virussen. Na 4 a 5 jaar waren de oude aantallen volken (220.000 volken) weer hersteld en bleken de bijen goed opgewassen te zijn tegen mijten en virussen. Er was door coevolutie een nieuw evenwicht ontstaan in de natuur. Voor meer info kun je onder DEZE LINK de publicatie lezen. 

Hoe kunnen we deze coevolutie tussen gastheer (bij) en parasiet (mijt) ondersteunen en versnellen? 

Wanneer we weten welke raszuivere teeltvolken (P-moeren) beter de mijtenreproductie weten te onderdrukken, kunnen we deze teeltmoeren bij voorkeur gebruiken voor de verdere teelt van koninginnen en volken. De overblijvende koninginnen, waarvan niet meer verder wordt geteeld, zijn natuurlijk goed genoeg om in te zetten in de gewone bijenvolken, eventueel met een gewone mijtbestrijding.

Hoe weten we welke volken de minste mijtbesmetting hebben?

Gewoon door deze volken niet meer te bestrijden, krijgen ze de vrijheid om zelf te bepalen hoe ze met de mijten omgaan. De volken/moeren die blijkbaar de mijtendruk laag weten te houden, verraden dit doordat er ook dagelijks in herfst en winter minder mijtenval is te zien op de schuifladen. Minder of geen mijtenval correleert volgens publicaties van Flores met een lagere mijtenbesmetting in de volken. Dagelijks tel ik de mijtenval - deze herfst/winter voor het zevende jaar - om de volken/moeren met de allerlaagste mijtenbesmetting te kunnen selecteren. Dat kun je zien in onderstaande video:

Overigens is er in die zes jaar nog nooit een miniplus dood gegaan aan het achterwege laten van de bestrijding. Blijkbaar kunnen ze goed samenleven met de mijten. Er zijn ook nog andere meetmethoden, zoals de besmetting in het broed en de besmetting op de bijen. Ook deze methoden pas ik soms selectief toe om bepaalde resultaten extra te verifieren. 

Indien je de beste koninginnen per lijn weer laat aanparen via bevruchtingstations met darren afkomstig van hoog VSH- en hoog algemeen hygienische volken dan versterk je daarmee de eigenschappen, die leiden tot een lagere mijtbesmetting in de volken. Dit effect zie je terug in de mijtbesmetting van je volken. Omdat mijn meeste volken over een lokaal bevruchte F1 moer beschikken, zit er net voldoende hygiene in de volken om deze onbehandeld goed te laten overleven. Het gebruik van kleine cellen geeft net dat beetje extra reductie in de mijtenvoortplanting en extra sterke bijenvolken zodat de wintersterfte zeer laag blijft. 

Iedereen die aan koninginnenteelt doet, lokaal of via bevruchtingstations - kan op deze manier de natuur een handje helpen door uitsluitend verder te gaan met de mijtarmste volken/moeren. Op Cuba waren ze in 4 a 5 jaar verlost van de mijtgevoelige volken, dit was vooral te danken aan het niet bestrijden van de varroamijten. Alles wat overgevoelig was voor mijten stierf van nature uit. Voor de sceptici onder ons: op Cuba werken ze ook met de onze bijensoort Apis Mellifera en hebben ze net als hier ook te dealen met DWV-virussen. 

Echter opgepast: meten is weten. Zonder het meten van de mijtbesmetting moet je echt de mijten bestrijden, want 40% sterfte blijft natuurlijk veel te hoog. Bovendien is 40% een gemiddelde van imkers die 100% verlies hebben en imkers met minder verliezen. 

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen