Bijenblog

Broedonderzoek

Broedonderzoek

Tijdens het actieve bijenseizoen is broedonderzoek een methode om de mate van varroabesmetting en de mate van voortplanting vast te stellen. Je kunt o.a. hiermee de groei van de mijtenpopulatie volgen. In dit bericht  zijn de resultaten van deze broedonderzoeken opgenomen. 

Gisteren heb ik voor de derde keer dit jaar uitgebreid onderzoek gedaan naar de mijtbesmetting van twee verschillende bijenvolken. Beide volken bestaan al meerdere jaren en zijn bovendien nog nooit behandeld. De varroamijten leven dus in harmonie met de bijen of andersom ;-). De bijen tolereren in zekere mate een beperkte besmetting. Beter gezegd: de besmetting wordt door verschillende factoren zodanig laag gehouden dat het bijenvolk er geenszins hinder van ondervindt. 

Op 19 mei heb ik dit blogbericht geschreven over het eerste broedonderzoek dit jaar. Op 9 juli heb ik het tweede onderzoek uitgevoerd. Dit kun je hier lezen. Op 6 september heb ik dus voor de derde keer 200 broedcellen per volk onderzocht.

Het volk op kleine cellen bevatte geen reproducerende moedermijten. Wel kwam ik twee cellen met een moedermijt met een jonge dochter en een mannetje tegen, maar die liepen zodanig achter in hun ontwikkeling dat hier geen volwaardige jonge dochtermijt uit geboren kan worden. De besmetting was hier dus 1% echter zonder reproductie. De mijtenval van dit volk is de afgelopen week 0,4 mijt/per dag. Dit volk beschikt over een echte F0 75% VSH koningin. 

In het volk met grote cellen (een onbehandeld volk uit 2019) kwam ik op 200 broedcellen 6 met varroa's besmette poppen tegen. Dit is dus een mijtenbesmetting van 3%. Dit volk beschikt over een standbevruchte laag% VSH koningin. 

Van de zes besmette cellen waren er helaas drie met twee moedermijten, die tevens over meerdere volwaardige dochters beschikten. Uit deze zes cellen zouden dus 18 jonge mijten geboren kunnen worden. 

Dit volk laat de afgelopen 7 dagen gemiddeld 6,4 mijten per dag vallen. Over een dergelijk aantal in september hoef je je ook niet ongerust te maken. Vanaf 10 per dag is het raadzaam om te behandelen. 

Samengevat ontstaat het volgende beeld over deze twee volken in het bijenseizoen 2022:

Medio mei:

  • kleine cellen-hoog vsh volk: geen mijten in werksterbroed (mijtbesmetting darrenbroed 8,1%)
  • grote cellen-midden vsh volk: 0,25% mijtbesmetting in werksterbroed (mijtbesmetting darrenbroed 19,8%)

Begin juli:

  • kleine cellen-hoog vsh: geen mijten (geen darrenbroed)
  • grote cellen-midden vsh: 2% mijtbesmetting (geen darrenbroed)

Begin september:

  • kleine cellen-hoog vsh: 1% besmet werksterbroed, echter niet reproducerend
  • grote cellen-midden vsh: 3% besmet werksterbroed, waarvan 50% met twee moeders

Beide volken houden de mijtenreproductie in voldoende mate onder controle. De besmetting blijft in alle opzichten onder de schadedrempels, er hoeft dus niet ingegrepen te worden. Dat blijkt overigens ook uit de goede overleving van deze volken. 

Er zijn hier geen betrouwbare conclusies te trekken uit het verschillen tussen kleine en grote cellen. Het is wel een feit dat de twee besmette kleine cellen niet reproducerend waren (geen dochtermijten) en de zes besmette grote cellen meer dan een gemiddeld aantal jonge dochtermijten voortbrengt.

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt 

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen