Bijenblog

Overlevende onbehandelde volken

Overlevende onbehandelde volken

Mijtenbestrijden is een goede zaak. Het driegangen menu staat voor regelmaat en reinheid (minder mijten). Met veel inspanning en de monitoring van de mijtenbesmetting kun je ook een andere weg inslaan. Als het lukt om volken 4,5 en zelfs 6 jaar te laten overleven zonder extern ingrijpen op de mijten, dan geeft dat wel voldoening en uiteraard natuurzuivere honing. Sommige bijen zijn dus onder bepaalde omstandigheden in staat om in harmonie te leven met de mijten. 

Een kort verslag van de stand van zaken van de kleine-cellen-volken: In 2016 heb ik met gebruikte bebroede 4,9 mm miniplusraatjes van imkerij Onder de Linde mijn eerste kleine-bijen-volk opgezet. Het jaar erop werd dit volk omgezet naar Dadant en de rest werd opgesplitst in een paar miniplus broedafleggers. In 2017, 2018 en 2019 groeide dit aantal naar enige tientallen volken. Geen enkel 4,9-volk werd nog behandeld, echter wel grondig gecontroleerd op de mijtbesmetting. Soms overschreden ze de toegestane drempelwaarden wel iets, maar gezien de vitalliteit en de sterkte van de volken konden ze dit goed doorstaan. 

In 2019 ben ik helemaal gestopt met de bestrijding van de mijten, alle volken waren omgezet naar 4,9 of voorzien van de tussenmaat 5,1 mm. Ik blijf de mijtenbesmetting op verschillende manieren monitoren. De belangrijkste focus ligt op voldoende inwinteringssterkte, hiermee weet je van tevoren of de volken de eindstreep van de winter halen. De volken worden in augustus, september en oktober goed in de gaten gehouden door het folie. Een enkeling, die niet voldoet aan de gewenste inwinteringssterkte krijgt alsnog een nieuwe jonge F1-moer via een vereniging met een Miniplusvolkje op het voergat. Dit betreft ongeveer 5% van de volken. 

Mijn strategie om de volken behandelvrij te laten overleven, berust op drie pijlers:

1. Teelt- en selectie van Buckfast volken/teeltmoeren met de laagste mijtbesmetting zonder te behandelen en een hoge algemene hygiene. Uitsluitend de teeltmoeren met de laagste mijtenbesmetting per lijn gaan door naar de volgende teeltronden; uiteraard kijk ik ook naar andere eigenschappen, maar daarover maken zich voldoende kundige imkers zich al druk te weten de bevruchtingstations en de Europese telers. 

2. Compact imkeren op kleine cellen: alles dat de warmtehuishouding ten goede komt, bevorder ik. Dus verkleinde raamafstand, kleine cellen, eenbaksimkeren voor wat betreft het broednest (grote broednesten in dubbele bk's zijn ideaal voor de mijtenvoortplanting, zie Velthuis en Kraus).

3. Beperkt aanbod van darrenbroed op ieder raam om besmetting van de werksters tegen te gaan en om de voortplanting van mijten in het beperkte darrenbroed juist te reduceren. Met kleine cellen wordt de broedduur eveneens verkort, waardoor ook daar de mijtenreproductie afgeremd wordt. 

Het integrale doel is een balans te laten ontstaan tussen de gastheer onze honingbijen en de parasiet de varroamijten. De mijten zijn er nu eenmaal, inmiddels ook al in Australie. In Cuba besloten ze 20 jaar geleden om vanwege geldgebrek de mijten helemaal niet te bestrijden. Na een paar jaar ontstond er een balans en hebben ze wederom als vanouds 220.000 volken, die nog nooit behandeld zijn. 

Het volk, dat inmiddels 6 winters overleefd heeft op eigen krachten zie je in de onderstaande video. Ik moet de moer nog vervangen, ze is iets minder vitaal en kwam wat laat op gang dit voorjaar.

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt

 

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen