Bijenblog

Bijenruimte en de varroamijtbesmetting

Bijenruimte en de varroamijtbesmetting

De bijenruimte ontdekt door Langstroth wordt normaal gesproken vrijgelaten door de bijen. In uitzondelijke gevallen worden de kleine vrije ruimtes tussen de bakken gebruikt voor honingopslag of darrenbroed. De mijten profiteren vaak volop van dit darrenbroed. Pas op en bestrijd de mijten tijdig. Over een paar weken staat het hoofdmenu van de varroabestrijding weer in de agenda. 

 De bijenruimte is de ruimte die bijen normaal gesproken vrij laten en niet volbouwen met raat of propolis. Een ruimte van 4,5 tot 9 mm laten de bijen meestal ongemoeid en gebruiken ze als doorgang. Deze uitvinding van Langstroth dateert van 171 jaar geleden. Het was het begin van de overgang naar losse raampjes en bijenkasten. 

Wanneer de volken echter op hun top presteren en de dracht ook niets te wensen over laat dan pakken ze zelfs de beschikbare bijenruimte tussen de bakken aan om deze naar hun behoefte in te richten voor de opslag van honing of broed, zoals op onderstaande foto's te zien is. 

[svd-fotoalbum id="199"]

Het darrenbroed is bij uitstek de kraamkamer van de varroamijt. Vaak zie je bij het breken van deze darrencellen de roodbruin gekleurde parasieten met meerdere tegelijk vluchten wanneer je darrenpoppen kapot trekt. In dit geval was hier helemaal geen sprake van. Eind juli ga ik de volken weer bemonsteren en de mijtbesmetting steeksproefsgewijs per bijenstand meten via de zogenaamde schudmethode. Blijft deze besmetting onder de 5% (pas op: 3% is de standaard drempelwaarde) dan kun je de bestrijding eind juli achterwege laten. Eind augustus volgt een tweede meting met hetzelfde doel: niet behandelen bij < 5% besmetting. Ander doel is natuurlijk de teelt en selectie. Op basis van deze metingen stel ik vast welke lijnen de mijtenbesmetting het beste onder controle kunnen houden. 

Kleine cellen maken de overstap van darrenbroed naar werksterbroed lastiger. De broedduur van kleine bijen ligt mogelijk tot 24 uur korter en derhalve wordt het aantal bevruchte mijtennakomelingen beperkt. In het gebruikelijke kunstraat is de overstap in juli/augustus - wanneer het darrenbroed verdwijnt - van darrenbroed naar grote werkstercellen snel gemaakt en daarmee wordt de nieuwe generatie winterbijen geparasiteerd door de mijten. Bij besmettingen van meer dan 3000 mijten per volk zal dit desastreus zijn voor de ontwikkeling van de winterbijen. Het volk gaat ten onder in de herfst of winter. Sommige volken zijn extra gevoelig voor mijten, daar tieren ze welig en vormen al het ware mijtbommen. Door de mijtbesmetting te meten d.m.v. de schudmethode kun je deze volken elimineren en de overige volken beschermen tegen invasies vanuit dergelijke volken. 

Meten is weten. De schudmethode of het tellen van de gevallen mijten op de schuiflade kan erger voorkomen. Pas vooral tijdig, dat wil zeggen in de tweede helft van juli, de zomerse bestrijding van de varroamijten toe. 

In de bijentuin van de vereniging Bussum, waar ik de basiscursus geef, is de afgelopen tien jaar nooit sprake geweest van verhoogde wintersterfte. Dit is vooral te danken aan de structurele aanpak en de gelijktijdige bestrijding van de mijten, zowel in de zomer als in de late herfst/winter (december). 

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen