Gesloten doppen en jonge moeren invoeren
Gesloten doppen en jonge moeren invoeren
De verzamelbroedaflegger volgens de Broeder Adam methode dient voor het telen van grotere series koninginnen. In deze video wordt de aanpak uitgelegd en worden de gesloten doppen geoogst. Vervolgens kun je zien hoe de jonge moeren inlopen in bevruchtingskastjes
Na 5 dagen in de Broeder-Adam-Verzamelbroedaflegger - beter gezegd aan het begin van de vijfde dag, dus na 4 volle dagen - zijn de moerdoppen gesloten en kunnen ze opgekooid worden of overgebracht worden naar de broedstoof. In volken zonder BRIAS (broed in alle stadia) wil de temperatuur vaker en meer varieren dan in een moergoed volk. Die temperatuurwisselingen geeft vooral op de uiteinden van de teeltlat kans op een negatieve invloed op de ontwikkeling van de koninginnen in wording, waardoor er soms iets mankeert aan de vleugels of aan een pootje. De broedstoof geeft een permanente temperatuur, waardoor er nauwelijks uitval ontstaat.
De grootte van de gesloten dop zegt niets over de grootte van de moeren. Soms leveren kleine doppen zelfs mooiere moeren op dan grote doppen. De kwaliteit van de moeren hangt meer af van de verzorging in het larvale stadium en de hoeveelheid koninginnegelei dat ze gekregen hebben.
Afhankelijk van temperatuur en bijenras lopen de eerste koninginnen aan het begin van de twaalfde dag al uit, de rest volgt later die dag. Na het controleren van de koningin op uiterlijke afwijkingen (pootjes, vleugels, dikte van het borststuk) worden ze gemerkt met een gekleurd merkje met een tweecijferig nummer. Zelf gebruik ik hiervoor een andere kleur merkjes dan volgens het jaartal wordt voorgeschreven. Op deze manier weet je tenminste zeker dat het mijn koninginnen zijn, die teruggekeerd zijn in de bevruchtingskastjes. Want met 300 tot 600 gemerkte koninginnen per bevruchtingsronde zullen de merkjes met de nummers 1 tot en met 10 wel heel vaak voorkomen. Daarnaast ben ik kleurenblind en kan ik rood en groen nauwelijks onderscheiden.
De koninginnen worden na de geboorte ingevoerd in schudzwermpjes (bijvoorbeeld in apidea's of kilers) of in negen dagen oude broedafleggers, waarvan de haalbijen afgevlogen zijn. Ik laat ze zoals je kunt zien in de video zo los in de broedafleggers of schudzwermpjes. In 9 van de 10 gevallen worden de moeren geaccepteerd. De schudzwermpjes worden gemaakt met de bijen uit de honingkamers boven het moerrooster. Dit heeft als voordeel dat er geen darren tussen zitten en het zijn jonge bijen met een ideale leeftijd.
De avond voordat de bevruchtingskastjes op transport gaan, check ik of de gemerkte koninginnen nog gezond aanwezig zijn in de kastjes, want het heeft natuurlijk geen zin kastjes met een dode moer in te sturen. Bij een uitvaller gaat er een reservekastje mee.
Komend weekend staan ze in mijn geval weer op Ameland vanwege de daar opgestelde lijnen met uitstekende Buckfast-eigenschappen inclusief VSH-eigenschappen, maar het had ook Marken of in het geval van Carnica-telers Vlieland kunnen zijn. De Zwarte bijen telers hebben sinds enige jaren een landbevruchtingsstation in de Flevopolder. De Teeltgroep Flevo en de Marne hebben eveneens een landbevruchtingsstation voor de Buckfastteelt.
Dit jaar heb ik voor de eerste keer 5 imkers volledig online gecoached in de koninginnenteelt. Door middel van een zoom meeting zijn ze ingewijd in de methoden en benodige hulpmiddelen, vervolgens zijn ze via een Whatsapp groep individueel gecoached in de teelt. Iedereen kon van iedereen leren, de tops en flops waren niet van de lucht. Het eindresultaat bestond uit blije reacties na de geboorte van de moeren, van Zeeland tot de Achterhoek zonder fysieke samenkomsten.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen