Waar zitten de varroamijten in het voorjaar?
Waar zitten de varroamijten in het voorjaar?
Waar bevinden de mijten zich in het voorjaar? Zitten ze in het werkster- en darrenbroed? Gedragen de varroamijten zich anders in 4,9 mm broed ten opzichte van 5,4 mm broed? Met mijn laatste 5,4 volkje en een vergelijkbaar 4,9 volkje, beiden in MiniPlus kastjes, probeerde ik begin mei de antwoorden op deze vragen te vinden
In de afgelopen winter onderzocht ik de mijtenval in onbehandelde bijenvolken. De mijten kunnen zich in de winter niet verschuilen in het broed en bevinden zich dan volledig op de bijen in de wintertros. Volgens bijenwetenschapper Randy Oliver zitten tijdens het broedseizoen van de bijen de meeste mijten in het broed. Hij schat de verhouding van de mijten op de bijen versus het broed op 30/70 tot 20/80%. Hiermee is de mijtbesmetting dus in feite een broedziekte. Deze wordt pas gevaarlijk wanneer een bepaalde drempelwaarde overschreden wordt of indien de mijten zwaar belast zijn met DWV- of IAPV-virussen. Dan treedt er onherstelbare schade op aan de jonge bijen. Vooral DWV is zeer gevaarlijk voor de ontwikkeling en levensduur van onze jonge bijen. Bij een te hoog opgelopen besmetting leidt dit tot wintersterfte.
De mijtengroei wordt pas echt gevaarlijk in de maanden juli en augustus vanwege de maandelijkse verdubbeling van de mijten bij niet aangepast gedrag van de bijen. Mijn bijen op kleine cellen en geselecteerd op algemeen en varroa hygienisch gedrag remmen de mijtenreproductie blijkbaar wel af, anders zouden ze niet onbehandeld kunnen overleven. Het oudste volk is van 2016 en ook van 2017 heb ik nog meerdere onbehandelde volken. De MiniPlus-volken leven continue voort in broedaflegger en zijn sinds 2016 ook niet meer behandeld.
Waar zittten de mijten begin mei?
De vraag waar de mijten in het voorjaar verblijven, wekte mijn nieuwsgierigheid. Waar zitten die mijten? In het werksterbroed of in het darrenbroed? Hebben ze een voorkeur voor grote werkstercellen of voor darrencellen? Laten ze de kleine cellen links liggen?
Om een antwoord op deze vragen te krijgen heb ik twee MiniPlus-volken gebruikt. Ik heb 1 volk met grote werkstercellen (5,4 mm) en 1 volk met kleine cellen (4,9 mm) voor dit onderzoekje ingezet. Ik heb ze beiden 2 raampjes kunstraat gegeven, het 5,4 volk kreeg 5,4 mm kunstraat en het 4,9 volk kreeg 4,9 mm kunstraat. Nadat beide volken hun kunstraat hadden uitgebouwd en belegd, heb ik gewacht op het moment dat het broed bestond uit jonge larven. Vervolgens heb ik een raampje open broed van 4,9 geruild met een raampje open broed van 5,4 en andersom.
Beide volkjes hadden nu twee raten open broed van ongeveer dezelfde leeftijd met een verschillende celgrootte. Op het moment dat alle cellen gesloten waren, heb ik van alle vier raampjes het broed onderzocht. Dat wil zeggen: ik heb per raampje 200 werkstercellen onder een microscoop factor 10 open gemaakt. Daarnaast heb ik enige tientallen gesloten darrencellen van beide volkjes onderzocht.
Wat leverde dit onderzoek op?
In de onderzochte 800 werkstercellen (200 per raampje) vond ik slechts in cel één moedermijt. Dat was in het 5,4 mm raampje uit het 5,4 volkje. In de 4,9 mm werkstercellen vond ik geen mijten. Gezien de zeer lage mijtenbesmetting kan hier geen enkele conclusie aan verbonden worden. Wel is duidelijk dat met een besmetting van 1 werkstercel op 400 werkstercellen van het 5,4 volkje de besmetting van 0,25% zeer laag is. Zeker omdat dit volk al bestaat sinds 2019 en nooit behandeld is. Echter niet te vroeg conclusies trekken...... met het darrenbroed was het heel anders gesteld.
| [svd-fotoalbum id="195"] |
Het darrenbroed in het 5,4 volkje had een mijtenbesmetting van 19,8%. Op iedere 5 darrencellen was er één besmet. Echter het darrenbroed in het 4,9 volkje had een mijtbesmetting van 8,1%, echter dit volk had ook een hoog VSH moer. Van de 49 onderzochte darrencellen waren er 4 besmet. Echter slechts twee cellen bevatten een normaal mijtengezinnetje, in de andere twee cellen zaten a) 4 moedermijten, 2 mannetjes en 1 dochter en b) een moedermijt en een dode moedermijt. Het viel mij nog op dat net na het sluiten van de cel waarin zich een grote streklarf bevond met varroamijt, de moedermijt zich altijd net onder de deksel bevond en niet onder de larf. Dat gebeurt zeker pas in het popstadium.
In deze twee van de vier cellen is dus geen sprake van een normale voortplanting.
Mijn verwachting is dat naarmate de besmetting in de loop van juli/augustus hoger wordt het meervoudige instappen in darrencellen toe zal nemen en dat tevens het verschil tussen 4,9 en 5,4 werkstercellen mogelijk zichtbaar wordt. Dat laatste had ik wel verwacht, maar gezien de verwaarloosbare besmetting van het werksterbroed was hier geen sprake van.
Ik zal proberen dit onderzoekje in de nazomer te herhalen.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen