Mijn weg naar behandelvrije volken
Mijn weg naar behandelvrije volken
Na meer dan 30 jaar imkeren met mijtenbestrijding, heb ik 5 jaar geleden het roer omgegooid en ben gaan imkeren met bijen, die zelf het gevecht aan moeten gaan met de mijten. In dit bericht de resultaten van de afgelopen 5 jaar
Op 1 maart heb ik mijn dagelijkse mijtentellingen van ruim 20 volken, die ik ergens in augustus begonnen ben, afgerond. Inmiddels doe ik dit nu 5 jaar. Onderstaand voor de geinteresseerden een verslag van het hoe en waarom en de resultaten.
Achtendertig jaar geleden begon ik met imkeren. Van varroamijten hadden we toen nog niet gehoord. Het imkeren was een totale natuurbeleving zonder chemie. In de toolbox van de imker zaten hooguit rubberhandschoenen om jezelf te beschermen tegen bijensteken. Maar beschermbrillen, etsende zuren en chemische middelen stonden heel ver van onze mooie hobby.
Toen echter de parasieten rond 1985 bij Winterswijk onze grens overstaken, was Leiden in last.
Er zijn toen veel imkers met hun hobby gestopt, want chemie en bijen leken tot dat moment onverenigbaar. Na 2 of 3 jaar waren alle volken in ons dichtbevolkte landje geparasiteerd door de Varroa Destructor. In de loop van de zomer liepen er tientallen bijen over de grond voor de bijenkasten, blijkbaar aangedaan door het verlammingsvirus. DWV was toen ook al vrijwel overal aanwezig en tevens de hoofdoorzaak van veel wintersterfte in de jaren daarna. De mijten zorgen voor een wondopening in de poppen, zodat de deur wagenwijd open staat voor virusinfecties.
Met de introductie van het driegangen bestrijdingsmenu ontstond er weer een beheersbare situatie, die - wanneer tijdig uitgevoerd - de wintersterfte sterk reduceert. Het bleef voor mij een hard gelach om de effecten van een mierenzuurbehandeling te zien. Het open broed was na een week vaak verdwenen en het gras voor mijn op pallets staande kasten was wit van de verbranding door het mierenzuur. Maar goed.....met het doden van de mijten werd ook de virusdruk fors gereduceerd. Het helpt de bijen wel de winter door met geringe aantallen mijten.
Het heeft enige decennia geduurd voordat onderzoekers tot het inzicht kwamen dat het ook anders kan. De ontdekking van de Primorski bij in Oost Rusland, die zich aangepast had aan de varroamijt, is het begin van een nieuw tijdperk. De Amerikaanse landbouworganisatie USDA heeft rond de eeuwwisseling enige tientallen Primorski moeren geimporteerd en onderzocht het Varroa Sensitieve Hygienische gedrag van deze bijen.
Via Europese koninginnentelers als Paul Jungels in Luxemburg en onderzoekers als Bart Jan Fernhout van Arista Bee Research zijn de VSH-eigenschappen via teelt en selectie specifiek naar boven gehaald in alle in Europa gebruikte bijenrassen. De teeltstations plaatsen nu (Ameland) en in de komende jaren VSH-darrenvolken zodat deze hygienische eigenschap voor iedereen beschikbaar komt. Er is echter nog een lange weg te gaan voordat iedereen voldoende VSH-gedrag in zijn bijen heeft om behandelvrij te kunnen imkeren.
In 2016 heb ik de eerste stap gezet in de aanparing met VSH-materiaal. In de jaren daarna is deze VSH-eigenschap via KI en gerichte aanparingen verder ingekruist in mijn Buckfastbijen. De verbetering in de afgelopen 5 jaar is duidelijk te zien in de mijtbesmetting/mijtenval (zie grafiek).
Mijn aanpak bestaat uit de volgende drie punten:
- jaarlijks teel en selecteer ik de teeltmoeren met de laagste dagelijkse mijtenval in herfst en winter. Dit impliceert dat de teeltmoeren van de mijtarmste volken in de jaren erna meedoen bij de teelt. Uiteraard worden deze volken en ook dochters van deze teeltmoeren beproefd in de dagelijkse imkerpraktijk. Ik let dus niet op één item zoals VSH of grooming, maar kijk vooral naar het resulaat van alle factoren, die leiden tot een verminderde mijtenbesmetting. Ook factoren,die we wellicht niet kennen.
- alle nieuwe volken zijn vanaf 2016 op kleine cellen (4,9 mm) opgekweekt en vanaf dat moment nooit meer behandeld. Dit leidt hoogstwaarschijnlijk tot een lagere mijtenreproductie en daardoor een lagere mijtbesmetting;
- alle volken worden bovendien in zogenaamde compacte broednesten gehouden, dat wil zeggen: alle volken zitten in eenbaksbroedkamers. In de praktijk zijn dit hoofdzakelijk dadantkasten, aangevuld met Topkasten en Spaarkasten (op 1 BK en vele HK's). Deze betere warmtehuishouding zet eveneens een rem op de mijtenreproductie.
Een verlaagde mijtenreproductie verlaagt tevens de virale druk op de volken. Door de compacte broednesten zijn de bijenvolken gezonder en hebben meer weerstand tegen parasieten en virussen. Als laatste aspect vermeld ik nog dat ik niet meer naar massale drachten reis om herbesmetting met vreemde varroamijten en virussen te voorkomen. Alles is gericht op de natuurlijke balans, die ontstaat tussen het bijenvolk en de parasiet.
De wintersterfte van de afgelopen drie jaar blijft bij mij gelukkkig ver onder het landelijke gemiddelde.
Op de foto's hieronder zie je de natuurlijke mijtenval 2021/2022 van het meest besmette volk, het minst besmette volk, de gemiddelde mijtenval van 22 volken, de gemiddelde dagelijkse mijtenval per volk en de mijtenval van de beste drie volken/teeltmoeren van de afgelopen jaren.
| [svd-fotoalbum id="193"] |
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt
Ook belangstelling voor compact imkeren? meer info in het imkerboek "Eenvoudig(er) en duurzaam imkeren". Voor kleine cellen: "Bijvriendelijk imkeren 2.0"
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen