De wintersterfte
De wintersterfte
Wat verstaan we onder wintersterfte en hoe komen onze volken de winter uit? Een rondje langs mijn Achterhoekse bijenstanden geeft weer een hoopvol gevoel
Door het zonnige weer kon ik gisteren de verleiding niet weerstaan om een Achterhoeks rondje te maken langs mijn 10 bijenstanden. Kon ik gelijk controleren of de harde wind dit weekend schade veroorzaakt had. Gelukkig niets aan de hand. Ik heb bewust gekozen voor kleine bijenstanden met altijd minder dan 10 volken (behalve de thuisstand met vele kleine teeltvolkjes), zodat de druk op de omgeving vooral ten tijde van drachtschaarste beperkt blijft. Er moet voor alle insecten wat te eten blijven. Gelukkig leggen honingbijen als enige bijensoort grote reservevoorraden aan om schaarsteperioden te overbruggen, dus honingbijen zijn vooral gericht op massale drachten van bloeiende bomen. Het kleine bijzondere spul laten ze met rust, tenzij deze planten weer massaal voorkomen (bijvoorbeeld paardenbloemen).
Gisteren heb ik alle volken door het folie of onder de dekplanken gecheckt. De winterverliezen zijn bij mij tot op heden evenals voorgaande jaren beperkt gebleven tot 4%. De sterfte betrof volken ontstaan in 2019 en vooral op de bijenstand, waar er in oktober op 500 meter afstand een groot veld met mosterd stond te bloeien. Mijn winterbijen hebben zich blijkbaar kapot gevlogen op dit veld, dat onnatuurlijk laat in bloei stond.
Gelukkig zijn alle oudere volken ontstaan in 2016, 2017 en 2018 goed de winter doorgekomen. Zoals inmiddels bekend worden mijn volken/mijten niet meer behandeld. Het is verrassend dat de inmiddels al 4, 5 of 6 jaar onbehandelde volken vaak sterker de winter uitkomen dan sommige jongere volken. Eigenlijk is er geen peil op te trekken. Blijkbaar hebben de aanwezige varroamijten weinig invloed en is er inmiddels een co-adaptatie tussen bijenvolken en mijtenpopulaties.
De kern van wintersterfte draait naar mijn mening om de aan- of afwezigheid van DWV- en APV-virussen (verkreukelde vleugeltjes virus en het verlammingsvirus) en tegelijkertijd de (over)gevoeligheid van sommige bijenvolken (lees de genen van de moer) voor deze virussen. Doelbewuste teelt en selectie kan dit probleem verminderen.
Daarnaast speelt de leeftijd van de moer een redelijk grote rol. Veel late wissels mislukken of de opbouw van de winterpopulatie laat te wensen over bij oudere moeren. Bij mij gaan de moeren meestal 2 jaar mee. Vaak worden ze in de zomer in het tweede jaar al vanzelf gewisseld. Zo niet dat wissel ik de moeren om in de tweede helft van augustus of in september.
Over sterfte door voedseltekort of omgewaaide bomen wil ik het uberhaupt niet hebben want deze oorzaken komen ook in de zomer voor. Dit is dus niet specifieke wintersterfte en deze gevallen vertroebelen het echte beeld over de gezondheid van onze bijenvolken.
De zwakker uitgewinterde volken zullen in maart verenigd worden. Twee maanden later kunnen de door vereniging versterkte volken weer opgesplits worden, zodat de aantallen volken hetzelfde blijven.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen