Het groeien en krimpen van de mijtenpopulatie
Het groeien en krimpen van de mijtenpopulatie
De bijen- en mijtenpopulaties groeien in de zomer en krimpen in de nazomer en herfst. Door te selecteren op een gereduceerde groei van de mijtenpopulatie en zeer hygienische bijenvolken kan er een evenwicht ontstaan tussen de parasiet en haar gastheer. Hoe staan onze bijenvolken er voor?
Dit bericht is een update over mijn behandelvrije-kleine cellen-bijenvolken. Dus vooral een bericht voor de meer ervaren imkers.
Intro: Vanaf 2016 volg ik de natuurlijke mijtenval in de nazomer, herfst en winter van twintig tot dertig bijenvolken. Op dit moment allemaal onbehandelde bijenvolken op kleine cellen wel te verstaan, overigens zonder noemenswaardige winterverliezen. Laat ik je vooral waarschuwen om dit experiment niet zomaar na te doen. Je moet de mijtenbesmetting door verschillende onderzoekstechnieken (schudmethode, broedonderzoek en mijtenval) goed monitoren om winterverliezen van volken te voorkomen.
De natuurlijke jaarcyclus van bijen en mijten: Wat wel interessant is om waar te nemen is dat de natuurlijke cyclus van de mijtenpopulatie vertraagd hetzelfde beeld geeft als de aantallen bijen in de bijenvolken. Bijenvolken groeien in het voorjaar en zomer tot gemiddeld 35.000 bijen, terwijl in de winter er ongeveer eenderde overblijft dus ongeveer 12.000 bijen. Vanaf de zomerzonnewende begint het broednest te krimpen en daalt de bijenpopulatie ook met een vertraging van de broedduur van 3 weken. In de tweede helft van juli en augustus wordt de krimp zichtbaar. Die krimp zet door tijdens het ontstaan van de langlevende winterbijen en het verlies van de kortlevende zomerbijen. Eind oktober/begin november is het broednest nagenoeg verdwenen en is de winterpopulatie aan bijen gevormd.
De mijtenpopulatie volgt de krimp van het broednest. Van alle mijten zit 70 tot 80% min of meer permanent in het broed, uiteraard met korte onderbrekingen na het uitlopen van de moeder en de mijtennakomelingen. Ongeveer 20 tot 30% bevindt zich op of beter gezegd letterlijk onder de bijen (foretische fase). Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 15% van de mijtenpopulatie in de winter overleeft wanneer er niet bestreden wordt.
Broed en mijtenaantallen zijn aan elkaar gerelateerd: Op grond van tellingen van de natuurlijke mijtenval, die je hieronder ziet staan, lijkt het alsof de mijtenpopulatie wanneer het broednest verdwijnt zich door krimp aanpast aan de broedloze omstandigheden. Onderzoekers hebben ook het tegengestelde bewijs gevonden, namelijk een extra groot broednest in de zomer zorgt voor een extra toename van de mijtenpopulatie. Een compact broednest zet dus een rem op de mijtenaanwas.
Bijen- en mijtenpopulatie krimpen in nazomer en herfst: Uit mijn tellingen blijkt dat de mijten op een natuurlijke manier vooral in de maanden september en oktober verdwijnen via de schuifla. De mijtensterfte komt al in de loop van augustus op gang en daalt in november tot geringe aantallen. Bij laag besmette volken is de mijtenval na november verwaarloosbaar klein (zie tweede foto).
Virussen zijn bepalend voor de wintersterfte: Wanneer er sprake is van een middelmatige mijtenbesmetting, die echter belast zijn met bijvoorbeeld DWV-virussen, komt een natuurlijke vermindering van het aantal mijten vanaf september veel te laat. De vorming van gezonde winterbijen wordt hierdoor verhinderd en het volk is ten dode opgeschreven. De eventueel aanwezige DWV-virussen zorgen voor de wintersterfte. Zorg er dus voor dat je de zomerbehandeling na eventuele afname van de zomerhoning uiterlijk voor eind juli begonnen bent. Dit draagt bij aan gezonde winterbijen. Uit de laatste NBV-wintersterfte enquete bleek dat de sterfte het hoogste was onder de imkers, die laat in augustus of pas in september begonnnen waren met bestrijden. De schade is dan al aangericht en deze is niet omkeerbaar.
Teelt en selectiedoelen: Indien je - via teelt en selectie en onderzoek via de pintestmethode op het hygienische gedrag van bijen - de virusdruk sterk kan reduceren, heb je dus minder te vrezen van de mijten.
De mijtendruk kan je overigens verkleinen door gericht te selecteren en aan te paren met darren van lijnen, die ruim- en groominggedrag vertonen. Op de bevruchtingstations komen steeds vaker VSH- en hoog hygienische darrenvolken te staan. De teelt en selectie zou zich vooral moeten richten op toename van het hygienisch gedrag en de afvlakking van de mijtentoename in bijenvolken. In plaats van een groei tot 8.000 of meer mijten, zou deze zich moeten begrenzen tot 1.000 tot 2.000 mijten en uiteraard het liefst veel minder.
Grafiek 1: de dagelijkse mijtenval van 20 aug 2021 tot 18 januari 2022 van de vier meest besmette volken
Grafiek 2: de dagelijkse mijtenval van dezelfde periode van de minst besmette volken
| [svd-fotoalbum id="191"] |
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen