Bijenblog

Herenleed en langzaam krimpende volken

Herenleed en langzaam krimpende volken

De darrenslacht is bijna voltooid, echter niet in alle volken. Waarom niet? De volken beginnen zich voor te bereiden op de winter. Het oude volk verdwijnt en wordt volkomen vervangen door andere bijen. Blijft de mijtenval zo laag? hoe zit dat? 

Darrenslacht

De darren worden de deur uit gezet en komen er niet meer in, de darrenslacht is gaande. Wanneer je in een volk nog volop darren ziet in- en uitvliegen houd dit volk dan in de gaten, want er is waarschijnlijk iets loos met de moer. Meestal wordt dit met een stille wissel opgelost. De darren van andere volken met dezelfde problematiek zorgen voor de late bevruchting. Mooi sociaal geregeld. Overigens is het niet uitzonderlijk dat er later in de herfst nog enige darren in het volk aangetroffen worden. 

Krimp van de volken

De omzetting van zomer- naar wintervolk is nu gaande. De kortlevende zomerbijen, die afgeleefd zijn als haalbij of voedsterbij worden nu ingeruild voor langlevende winterbijen. Tenminste wanneer je het geluk hebt, dat je niet meer hoeft dienst te doen als haalbij of voedsterbij. Sta je als net geboren honingbij toevalliig op de heide of springbalsemien, dan ben je mooi de klos want je moet toch weer aan de bak als haalbij. Dat wordt dan zonder dat je het weet een kortstondig leven. Niet iedereen wordt dus langlevende winterbij, want een deel van de bijen, die nu en de komende twee maanden geboren worden, moeten toch als voedster of haalbij dienst doen. Vandaar dat de populatie krimpt van 35.000 naar 10 tot 15.000 bijen. Dat past dus prima in een eenbakskast, zoals op de foto te zien is. Deze krimp is in oktober voltooid. 

Mijtbesmetting

Helaas is een deel van de potentiele winterbijen geparasiteerd door varroamijten, hierdoor zijn hun eiwitreserves en hun immuunsysteem verslechterd. De belofte van een lang winters leven valt hiermee in duigen. Hoe meer streklarven en poppen in het broednest geparasiteerd zijn, hoe groter het verlies aan langlevende winterbijen. Dit pleit dus voor een vroege zomerbehandeling. Jammer genoeg zie je geen verschil tussen geparasiteerde winterbijen en gezonde winterbijen. Toch verdwijnen die geparasiteerde bijen de komende vier maanden uit het volk. Geleidelijk zie je de sterkte van je volk teruglopen en raakt de kast in november en december steeds leger. Je kunt dit tij nog keren door zo'n volk te versterken door het samen te voegen met een ander zwak of middelmatig volk. Beter 1 overlevend volk, dan 2 zwakke volken, die beiden dood gaan. 

De lage mijtenval na de zomerbehandeling

Er bereiken mij nog geen berichten van ernstige mijtenval na de zomerbehandeling. Het lijkt vanwege de trage voorjaarsontwikkeling in de bijenvolken dat de ontwikkeling van de varroapopulatie hiermee gelijke tred heeft gehouden. Mogelijk scheelt dat een factor 2 in de ontwikkeling. Dus geen 6000 mijten begin augustus maar 3000. Of geen 4000 maar 2000. Dat scheelt een heel stuk in de overlevingskansen van volken, want 2000 mijten kunnen ze nog prima verdragen.  

Echter de huidige mijtenval na de behandeling van tientallen tot honderd mijten is natuurlijk peanuts. Dit duidt op een lage mijtenbesmetting, gezien de gebruikelijke effectiviteit van 80 tot 95%. De middelen blijven echter wel zo'n 4 weken doorwerken, dus je moet die mijtenval wel cumuleren. Er zou ook sprake kunnen zijn van resistente mijten, dat wil zeggen: ze verdragen de middelen zonder er aan dood te gaan. 

Waarnemingen van blogvolger Tomer laten zien dat varroamijten een absolute voorkeur hebben voor grotere cellen en beschikbaar broed. Is dat broed even niet beschikbaar, dan zijn ze extra gedreven om bezit te nemen van een aangeboden bouwraam met larven. Ook volken met veel darrenbroed lijken volgens Tomer's waarneming ook veel meer mijten te hebben. Grotere cellen bevatten grotere larven en grotere larven geven meer geurstoffen af, die de mijten via de voedsterbijen daar naar toe leiden. Het lijkt dat die extra geurstoffen de mijten gretiger maken om in te stappen. 

De principes van het werken met kleine werkstercellen (4,9 mm) berust onder andere ook op dit principe,daarnaast wordt steeds op bescheiden schaal (6 tot 8%) darrencellen aangeboden, zodat het werksterbroed ontzien wordt. Dit principe passen de Apis Cerana ook toe: de mijtenvoortplanting verloopt met name in het darenbroed en niet via het werksterbroed. 

Omdat de mijten in mijn onbehandelde volken altijd aanwezig zijn, is er ook geen extra trigger voor de mijten om zich versneld weer te reproduceren. In volken waar 90% van de mijten vernietigd worden, worden de mijten daarna op een natuurlijke manier getriggerd om hun aantallen te herstellen tot een natuurlijk besmettingsniveau. Je ziet dus een sterke fluctuatie in de besmettingsgraden in volken. 

Ben Som de Cerff, docent bijenteelt en hobby-imker

 

 

 

 

 

Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account. 

Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren. 

Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan. 

Inloggen