De valkuilen van de koninginnenteelt
De valkuilen van de koninginnenteelt
Mei is bij uitstek de maand om koninginnenteelt te bedrijven. Maar juni en juli kan eveneens goede resultaten geven. Wat zijn de voor de hand liggende valkuilen, die je als gewaarschuwd imker beter kan voorkomen?
Gezien de overweldige belangstelling voor de Nederlandse en Duitse bevruchtingsstations houden honderden imkers/telers zich deze maand bezig met koninginnenteelt. Voor alle ondersoorten/rassen is er voldoende gelegenheid om de bijen gecontroleerd te laten aanparen. Gecontroleerd wil zeggen dat de vaderkant redelijk tot zeker vast ligt. Op de stations staan 12 tot soms meer dan 30 darrenvolken opgesteld waarin zusterkoninginnen, dochters van raszuivere moeren voor de nateelt van werksters en heel veel darren zorgen. De eilandbevruchtingsstations geven de grootste kans op zuivere aanparingen, de landbevruchtingsstations een fractie minder.
Bij de voorbereiding van de teelt kan er van alles mis gaan. In dit blogbericht een paar voorbeelden van tegenslagen ondersteund met video's.Bij de teelt wordt vaak uitgegaan van een tijdelijke starter - die slechts voor 24 uur gebruikt wordt - of van een startervolk. Dit laatste volk kan soms ook gebruikt worden als pleegvolk voor de fase na aanname van de eendagslarven.
1. Bij het maken van de drieraamsstarter geef je 2 ramen met stuifmeel/open voer mee en een hk-raam met water. Gebruik geen ramen, die rechtstreeks uit een volk komen, want er zou zomaar een paar eitjes of larven op het raam kunnen zitten. Dus haal deze ramen een paar dagen eerder uit een volk.
2. Neem voldoende jonge bijen uit honingkamers of open broed, ongeveer eenderde van de starter zou gevuld moeten zijn (6 a 7 bk-ramen afslaan);
3. Indien je gebruik maakt van een zogenaamde (verzamel)broedaflegger, dan breek je na 9 dagen moerloosheid alle redcellen weg. Doe dit rustig en geconcentreerd, want in de onderstaande video blijkt dat er nog ergens 1 of 2 redcellen/zwermcellen zijn achtergebleven, Het resultaat is dat in mijn geval slechts 4 van de 21 doppen goed verzorgd zijn. Dus bij een slechte aanname heb je nog ergens een redcel of zwermcel zitten.
4. Stille moerwisselingen kunnen het hele jaar voorkomen. Ook in het voorjaar dus. Denk hieraan bij het maken van je starter of broedaflegger. Dit gevaar dreigt sporadisch, maar het kan gebeuren dat je keurig de gemerkte moer gezien hebt en terzijde geplaatst heb, maar je onbewust toch een ongemerkte dochter in je starter krijgt. De beroepstelers gebruiken een zeef voor het vullen van de starter;
5. Plaats bij het gebruik van een starter/pleegvolk een moerrooster onder het volk. Deze volken zonder moer trekken jonge overtollige moeren uit nazwermen aan. Deze moeren ruimen al je larfjes op.
In onderstaande video leg ik uit hoe je van een eenbaksvolk met twee honingkamers (boven het moerrooster) een starter/pleegvolk kan maken. De avond voor het overlarven neem je de broedkamer met koningin en een beperkt aantal bijen weg. Het grootste deel van de bijen uit de broedkamer wordt in de HK's afgeschud, zodat die uitpuilt van de bijen. Zorg wel voor voldoende stuifmeel in de HK's en plaats 24 uur na de aanname van de eitjes aan weerskanten van het teeltraam een raam open broed, zodat de broedverzorgende bijen zich concentreren op deze drie ramen. In een dergelijk kun je zo'n 20 larfjes plaatsen.
6. Kluis vooral de gesloten doppen tijdig (vijfde dag) op, want bij dracht kunnen ze de doppen inbouwen en soms stikken de moeren dan. Ze kunt ze ook in een broedstoof plaatsen na sluiting van de doppen.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen