De warmtehuishouding van het broednest
De warmtehuishouding van het broednest
Warmte stijgt altijd op, zo ook vanuit het broednest na het plaatsen van een extra kamer bovenop. Temperatuursensoren laten zien hoe warm het kan worden in de bovenste bak zonder dat er bijen aanwezig zijn.
Het is maandag 6 april en de Achterhoek is bedekt met een wit sneeuwkleed. Ook de daken van de bijenkasten zijn met sneeuw bedekt. Dit betekent dat het buiten om en nabij de nul graden moet zijn. Op veel volken staat al een honingkamer. Zo ook op de kast links op de foto. Hierin hangen temperatuursensoren. De bijen gebruiken de honingkamer zodra het beneden in de broedkamer te vol wordt of wanneer de dracht lekker op gang komt.
In het midden van het broednest is het continue ongeveer 35 graden (zie foto 1), de afwijkingen blijven meestal beperkt tot plus of min een halve graad. Een enorm knappe prestatie in die wisselende weersomstandigheden. Ik heb ook een sensor liggen op de toplatten van de broedkamer. Deze geeft iets boven de 30 graden aan gemiddeld. De temperatuur lift mee op de buitentemperatuur en is niet stabiel zoals in de kern van het broednest (zie foto 2).
Wat gebeurt er nu wanneer je een tweede broedkamer of een eerste honingkamer bovenop plaatst? Ik hoor twee Duitse bijendeskundigen altijd zeggen dat de bijen niet de hele kast verwarmen maar uitsluitend de bijentros. Dat zeggen ze ook in maart. Helaas is dit een broodje aap of een halve waarheid.
In de winter klopt het inderdaad, zodra de bijen op een echte wintertros zitten, blijft het in de bolvorm van samengepakte bijen boven de tien graden en daar buiten zou het in de kast wel degelijk kunnen vriezen. Maar zodra de bijen in februari los komen van de wintertros en het broednest weer opgebouwd hebben, is de rumte in de straatjes open en stijgt de warme lucht op uit de straatjes.
| [svd-fotoalbum id="177"] |
Daarom meet je op de toplatten van de broedkamer - waar nauwelijks bijen lopen - toch 31 graden warmte. Dit is uitstralende warmte van het broednest direct daaronder. Wat gebeurt er wanneer je een honingkamer plaatst of een tweede broedkamer?
Ik heb zelf alleen het effect gemeten bij het plaatsen van een honingkamer met uitgebouwde honingramen. Op de toplatten heb ik de sensor gelegd en wat bleek? De temperatuur bleek ongeveer 25 graden te zijn (zie foto 2 vanaf 1 april), terwijl er bijna geen bij in die ruimte aanwezig was.
Dit is pure opstijgende warmte, die verloren gaat uit het broednest. De bijen zullen dit ongetwijfeld proberen te compenseren door zelf warmte te produceren door honing te verbranden. Dat lukt ze met wisselend succes, te zien aan de wisselende temperaturen ver onder de gewenste 35 graden op de toplatten van de BK. Naarmate de geplaatste bovenste bak hoger is - bijvoorbeeld een tweede broedkamer met kunstraat - wordt het warmteverlies nog groter. Dit levert werkstress op onder de bijen en geeft afkoeling aan de randen van het broednest. Ieder nadeel heeft zijn voordeel, de varroamijten varen wel bij een dergelijke afkoeling. De broedduur van het werksterbroed neemt toe, zodat er grotere mijtengezinnen ter wereld kunnen komen.
Gezien het warmteverlies door opstijgende warmte uit het broednest is een goede timing van het plaatsen van de eerste honingkamer gewenst. De tweede broedkamer - mits gewenst - kan dus maar naar mijn bescheiden mening beter onder geplaatst worden, ook om te voorkomen dat deze kamer vol komt te zitten met broed en voorjaarshoning. Die combinatie laat zich slecht slingeren.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen