Voor, tijdens en na de winter
Voor, tijdens en na de winter
De bijen zijn goed ingespeeld op wisselende weersomstandigheden. Ze liften mee op onze grillige winters. Van wintertros naar vrije zit en weer terug. Zo lang ze maar sterk genoeg zijn, deert het ze niets.
Gisteren huppelden er nog lammetjes in de wei alsof het volop voorjaar was. De bijen vlogen gisteren voor de tweede dag dit jaar en de eerste gele stuifmeelpootjes zijn al gezien. Overigens niet door mij in het buitengebied van de Achterhoek. Maar het is nog winter en dat zullen we ervaren ook de komende dagen.
In het winterseizoen geven gezonde volken letterlijk geen krimp. Ze winteren vaak net zo sterk uit als ze zijn ingewinterd. Soms zijn ze in maart één straatje kleiner geworden. Dat er weinig bijen verloren gaan in de winter is een teken van vitaliteit, van gezondheid.
De onderstaande foto's zijn gemaakt op 30 september 2020, 26 januari 2021 tijdens echte winterkou en gisteren op 5 februari 2021 bij 8 graden. Je ziet dat het volk los van de wintertros op 5 februari al weer 12 straatjes bezet en al weer bijna de hele breedte van de ramen opzoekt. Dit volk zit in warmbouw in een topkast. In 2019 is het volk hier ingekomen vanuit een zesramer.
| [svd-fotoalbum id="173"] |
De komende week zullen de bijen terugkeren op de wintertros. Door de buitenste schil aan bijen strak aan te trekken, kan er maar weinig warmte uit de wintertros ontsnappen. De bolvorm garandeert het kleinste oppervlakte met de grootste inhoud. Een slimme natuurkundige wet, die de bijen omarmd hebben bij het overwinteren in koudere gebieden. Minus 40 is geen punt voor ze. Sneeuw zal de kou temperen. Laat de sneeuw vooral liggen, ook voor de vliegopeningen. Dit houdt bij zonnig weer de bijen binnen. De warmte uit de kast, maakt na een paar dagen vanzelf een opening bij de vliegopening.
De bijenvolken, die over voldoende bijen beschikken om de bol van binnen boven de tien graden te houden, zullen het gemakkelijk redden, mits dat ze de kachel van energie kunnen blijven voorzien. Ze moeten dus wel bij hun energiebron, de opgeslagen honing kunnen komen.
Middelgrote en sterke volken hebben daar geen enkele moeite mee, de doorsnee van de wintertros (zie foto 2) is dermate groot dat ze altijd tegen het wintervoer aanzitten. Het wordt anders met zwakke volken. Die zitten in februari rond het broednestje. Dat zullen ze nooit verlaten, maar ze moeten zich wel compact samentrekken om de warmte binnen in de tros te houden. Dit impliceert verkleinen en zo kunnen ze los komen van de voedselvoorraden. Vooral bij langdurige vorst wordt dit gevaar reeel voor zwakke volken. Van de andere kant - het klinkt hard - is dit ook de natuurlijke manier om met vooral sterkere volken de winter uit te komen.
Vooral de sterke volken moeten voor het behoud van de soort zich straks gaan voortplanten.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent koninginnenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen