De dagelijkse mijtenval
De dagelijkse mijtenval
De mijtval in september vertelt je meer over je mijtbesmetting in je volken. Monitor je de mijtval van jonge volken zonder dat deze behandeld zijn, dan kun je goed zien welke volken en moeren de mijtvoortplanting in de afgelopen zomer hebben kunnen beperken.
In september kun je de mijtbesmetting goed spiegelen aan hetgeen je dagelijks op de schuifla vindt, mits de mijtbestrijding tenminste 4 weken geleden is uitgevoerd. De middelen werken namelijk zo'n vier tot vijf weken door. Mocht je op grond van een zeer lage mijtbesmetting (3 of minder mijten per 100 bijen) of om andere redenen helemaal geen mijtbestrijding hebben uitgevoerd, dan kan de mijtval in september en oktober behoorlijk oplopen. Maar de mijtval kan ook laag blijven. In de maanden september en vooral oktober loopt het laatste gesloten broed uit en blijkbaar vallen daar de laatste mijten uit. Zowel moedermijten (donker roodbruin) als dochters (vaak gevlekt buin/wit of wit) overleven blijkbaar de laatste broedcyclus niet meer.

Uit de dageijkse mijtval van 25 bijenvolken die ik vanaf 2 september volg op mijn thuisstand, blijkt dat de mijtenval in behandelvrije volken zeer sterk varieert. Gelukkig zitten 23 van mijn 25 volken aan de veilige kant. De 25 volken beschikken over P-moeren of F1-moeren van dit jaar of van 2019 van vier verschillende moederlijnen. Door de mijtval van deze volken te monitoren en te vergelijken kun je zo de volken er tussen uithalen met een lage mijtval.
Aangezien ik de mijtenval al drie jaar van zo'n 20 volken volg, weet ik inmiddels dat het tellen van de mijtenval in de maand september representatief is voor de mijtenval van het hele najaar en winterseizoen. Dus met 4 of 8 keer tellen in de maand september weet je welke volken/lijnen het beste de mijtenreproductie in het actieve bijenseizoen (maart tot augustus) kunnen afremmen. Er is dus een directe relatie tussen de mijtval en de mijtbesmetting.
Deze methode van vergelijken tussen volken beperkt zich niet tot een specifieke eigenschap. Bij de verminderde mijtenreproductie kunnen meerdere factoren een rol spelen, zoals broedduur, broedtemperatuur, kleine cellen, VSH-gedrag (ruimen van poppen met mijtenfamillies, zie foto) etc.
De volken, die zonder behandeling, de mijtenreproductie in de zomer weten te beperken tot acceptabele proporties worden komend voorjaar gepromoveerd tot teeltvolk (met P-moer) of productievolk (met F1-moer). Om veel volkjes te kunnen vergelijken gebruik ik veel twee- of vierrands miniplussen voor dit doel. Maar ook grote dadantvolken doen mee in de vergelijking.
Eigenlijk kan iedereen, die twee of meer P-moeren heeft, deze selectiemethode volgen. Uiteraard let ik ook op andere eigenschappen, zoals raatzit, zachtaardigheid en zwermdrift. Maar meestal zit dat wel goed wanneer je uitgaat van moeren, die bevrucht zijn op een gerenomeerd bevruchtingstation. De gemiddelde mijtval van de afgelopen week lag flink lager dan het gemiddelde van een jaar geleden. Deze vorm van selectie lijkt een positief effect te hebben.
Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt
Wil je reacties lezen en/of een reactie geven op het bijenblog?
Log dan in met je NBV-account.
Het Bijenblog is een service van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging. Log in met je NBV-account om reacties te lezen en zelf te reageren.
Heb je geen NBV-account, maak dan een gratis account aan.
Inloggen